Individuatie, vrijheid, angst, eenzaamheid, liefde en authenticiteit

 

Home

U steunt een goed doel door via deze site literatuur en andere producten te bestellen op bol.com:

bol.com Partner


  Erich Fromm beschrijft in zijn boek "Angst voor vrijheid" de ontwikkeling van mens tot individu. Dit proces noemt hij individuatie. Dit proces leidt tot vrijheid, maar deze vrijheid roept bij het indvidu eenzaamheid en gevoelens van angst op. Fromm raadt aan om dit probleem op te lossen door te kiezen voor authenticiteit en zowel een interne als externe verbinding aan te gaan. Hij bedoelt daarmee te kiezen voor jezelf en voor (inzet voor) de samenleving.
  Hieronder een citaat uit zijn boek waarin hij de gevaren en omstandigheden schetst die de pasgeboren mens afhoudt van zelfverwerkelijking.
 

Direct vanaf het begin van de opvoeding wordt het oorspronkelijk denken ontmoedigd en plaatst men kant-en-klare gedachten in het kinderlijk brein.
Hoe dit bij kleine kinderen toegaat, is eenvoudig te zien. Zij zijn vervuld van nieuwsgierigheid ten opzichte van de wereld en willen deze zowel lijfelijk als geestelijk bevatten. Zij willen de waarheid weten omdat dit de veiligste weg is om zich in een vreemde en machtige wereld te oriënteren. In plaats daarvan worden zij niet ernstig genomen, en het doet er niet toe of deze houding de vorm aanneemt van een openlijk gebrek aan eerbied of van de meer subtiele neerbuigendheid, die gebruikelijk is jegens allen die geen macht bezitten, zoals kinderen, bejaarden en zieken.
Hoewel deze behandeling reeds als zodanig het onafhankelijk denken sterk ontmoedigt, bergt zij ook nog een erger bezwaar in zich, namelijk de - vaak onbedoelde - onoprechtheid die kenmerkend is voor het gedrag van de gemiddelde volwassene tegenover een kind. Deze onoprechtheid bestaat gedeeltelijk uit de onechte voorstelling van de wereld die men het kind geeft. Deze voorstelling is ongeveer even nuttig als een onderricht omtrent het leven aan de noordpool voor iemand die gevraagd heeft hoe hij een expeditie naar de Sahara moet voorbereiden.
Naast deze meer algemene foutieve weergave van de wereld bestaan nog talloze bijzondere leugens waarmee men feiten beoogt te verbergen die men als volwassene om diverse persoonlijke redenen niet aan kinderen wil laten weten. Van een slecht humeur, dat men rationaliseert als een gerechtvaardigde ergernis over het gedrag van liet kind, tot aan ouderlijke twisten en hun seksuele activiteiten «behoort het kind nog niet te weten» en ontmoeten zijn vragen steevast een vijandige of beleefde ontmoediging.
Op deze wijze voorbereid betreedt het kind de school en misschien de universiteit. Ik wil in het kort een paar moderne opvoedingsmethoden vermelden die in hun werking het oorspronkelijk denken nog verder ontmoedigen. Een daarvan is de nadruk op feitenkennis, of liever, op informatie. Er heerst een hardnekkig vooroordeel dat men door meer en meer feiten te kennen tot kennis van de werkelijkheid komt. Honderden verspreide en onsamenhangende feiten worden in de hoofden der studenten gepompt; tijd en energie worden zo door het inprenten van steeds meer feiten in beslag genomen, dat er weinig overblijft voor nadenken. Natuurlijk blijft een denken zonder kennis van feiten leeg en onecht, maar «informatie» alleen kan een even grote hinderpaal voor het denken zijn als het ontbreken ervan.
Een tweede en met de vorige nauw verbonden manier om het oorspronkelijk denken te ontmoedigen, is om alle waarheid te beschouwen als betrekkelijk. Men heeft waarheid tot metafysisch begrip verklaard, en als iemand zegt dat hij de waarheid wil ontdekken dan wordt hij door de «vooruitstrevende» denkers van onze tijd voor achterlijk versleten. Men verklaart dan dat waarheid een uitsluitend subjectieve aangelegenheid is, zoiets als een kwestie van smaak. Sommigen betogen dat het wetenschappelijk streven moet worden bevrijd van dergelijke subjectieve factoren als «de waarheid», en dat zijn doel is de wereld zonder enige hartstocht of speciale belangstelling te beschouwen. De wetenschapper moet de feiten met dezelfde gesteriliseerde handen benaderen als waarmee een chirurg zijn patiënt benadert.
Het enige resultaat van dit relativisme, dat zich vaak juist aandient als empirisme of positivisme en dikwijls prat gaat op zijn zorg voor correct woordgebruik, is dat het denken zijn wezenlijke prikkel verliest. Die wezenlijke prikkel bestaat uit de wensen en belangen van de mens die denkt. Het moderne denken maakt hem echter tot een machine die «feiten» registreert. In werkelijkheid wortelt de drang naar waarheid in de belangen en behoeften van individuen en maatschappelijke groepen, net zoals ook het denken in het algemeen zich uit de behoefte aan beheersing van het stoffelijk bestaan heeft ontwikkeld. Zonder een dergelijk belang zou de prikkel tot het zoeken naar de waarheid ontbreken.
Altijd zijn er groepen wier belangen door de waarheid gediend worden, en hun vertegenwoordigers zijn de pioniers van het menselijk denken geweest. Daarnaast zijn er groepen die juist belang hebben bij het verbergen van de waarheid, en in dat geval blijkt het belang de zaak van de waarheid te schaden. Het probleem ligt derhalve niet in de vraag of er een belang in het spel is, maar wélk belang in het spel is.

Men zou zelfs kunnen zeggen dat in ieder menselijk wezen een soort verlangen naar waarheid is, en wel omdat ieder mens een fundamentele behoefte aan waarheid heeft.
Dit geldt allereerst voor de persoonlijke oriëntering in de buitenwereld, en het geldt in het bijzonder voor het kind. Als kind doorloopt iedereen een stadium van machteloosheid, en waarheid is een der sterkste wapens voor de machtelozen. Toch is de waarheid voor het individu niet alleen van belang waar het gaat om dit zich oriënteren in de buitenwereld; de eigen kracht is voor een groot gedeelte afhankelijk van de waarheid die men omtrent zichzelf weet. Illusies omtrent de eigen persoon kunnen tot krukken worden die van pas komen voor hen die niet in staat zijn alleen te lopen, maar zij vergroten iemands zwakheid.

De slotsom is dat de hoogste individuele kracht is gebaseerd op een maximum aan integratie van de persoonlijkheid, en dit betekent tegelijk een maximum aan doorzichtigheid van de persoonlijkheid voor zichzelf. Het «Ken uzelve» is een der meest fundamentele bevelen die menselijke kracht en menselijk geluk ten doel hebben.

 

Geplaatst of geschreven door: Bert Stoop



Beschrijvingen zelfhulpboeken

 



Populaire weblog onderwerpen: