|
|
Omgaan met angst
In de afgelopen jaren is het langzaam tot me doorgedrongen
dat een van de redenen dat ik borstkanker heb gekregen,
is om te leren omgaan met angst. Meesterschap verwerven
in een dergelijk ziekteproces is echter geen geringe
opgave.
Iedereen kent wellicht het duivelse concept van de
ziekte kanker. Het is niet afgelopen na de operatie
en de bestraling. Ieder willekeurig ogenblik kan het
noodlot weer toeslaan, waarbij de afloop nooit zeker
is. Dit detail een plaats moeten geven in je leven is
geen kleinigheid. Het zorgeloos ervaren van je lichaam
lijkt tot het verleden te behoren. Elk onbestemd gevoel
of pijntje zal direct leiden tot alertheid.
Voor mij is het inmiddels vier jaar geleden dat ik de
slechte boodschap kreeg. Ik word nu nog twee keer per
jaar gecontroleerd. Volgend jaar schakel ik over naar
één keer per jaar. Zo langzamerhand raak
ik uit de gevarenzone.
Toch moet ik zeggen dat ik relatief weinig bezig ben
geweest met kanker. Al vrij snel heb ik mij gericht
op het helingsproces, dat een opbouwend karakter heeft.
Mijn leven ombuigen is een groot proces, met als doel
meer licht in mijn cellen te brengen. Het is het beste
wat ik voor mezelf kan doen om te voorkomen dat ik nogmaals
ziek wordt.
De controlebeurten in het ziekenhuis zijn natuurlijk
spannend. Ze zijn gekoppeld aan nare herinneringen,
die dan ineens weer heel dichtbij komen.
Ik probeer mezelf nauwkeurig gade te slaan tijdens deze
gebeurtenissen, met de bedoeling een stapje dichterbij
te komen in het proces van omgaan met angst. Blijkbaar
wil het Universum me graag van dienst zijn bij mijn
streven, want het valt me op, dat ik in de afgelopen
jaren tijdens de controles altijd vervelende dingen
meemaak. Ze lijken nooit eens normaal of vlekkeloos
te kunnen verlopen.
|
|
Zo was er eens een arts die me blijkbaar verwisselde met
een andere patiënt. Hij zei de meest vreselijke dingen,
waaruit ik zou kunnen concluderen dat haast geboden was. Gelukkig
begreep ik zijn fout, maar de schrik was me al om het hart
geslagen. Een andere keer bezorgde een ongeoefende verpleegster
me een pijnlijke mammografie.Weer een andere keer duurde het
maken van een echografie twee maal zo lang als normaal. Om
dan de gedachte :”er zal wel iets mis zijn” uit
je hoofd te weren is een waar huzarenstuk. Het is me niet
gelukt.
Het valt me altijd op als ik in de wachtkamer bij de afdeling
Oncologie zit, hoe zwaar en dreigend de energie is die daar
hangt. Het is de energie die met de ziekte gepaard gaat, en
waaraan je je maar moeilijk kunt onttrekken.
Bij mijn laatste controlebeurt diende zich een nieuwe variant
van speciale gebeurtenissen aan. Ik werd uit de wachtkamer
opgehaald door een vrouw, die zich voorstelde en zei dat ze
chirurg in opleiding was. Ze vroeg of ik het goed vond dat
zij de controle deed in plaats van de chirurg die me had geopereerd.
Ze maakte een serieuze indruk, dus had ik geen bezwaar.
Zoals altijd hadden we een klein gesprekje waarin ze vroeg
hoe het met me ging. Daarna wilde ze graag mijn lichaam controleren.
Alles leek voorspoedig te verlopen, totdat ze zei:”Hier
voel ik iets hards. Ik vertrouw het niet helemaal, ik zal
de chirurg er even bij halen”.
Zonder dat ik er ook maar enige controle over had, vlamde
de angst door mijn hele lichaam. “Niet weer” flitste
het door mijn hoofd, terwijl ik onmiddellijk beelden had van
mijn vorige ziekenhuisopname. Ik wist dat de weefselverzuring
op dat moment toesloeg in mijn lichaam, en dat ik over een
paar uur de tol zou moeten betalen voor deze heftige emotie.
Gelukkig kon ik op datzelfde ogenblik ook analyseren wat er
gebeurde. De omgevingsfactoren zoals de efficiënte ziekenhuiswereld,
de wanhopige energie in de wachtkamer en de onhandige uitlating
van de chirurg in opleiding zorgden ervoor dat ik het contact
met mezelf kwijt was. Als ik in het dagelijks leven verbinding
heb met mijn diepste gevoel, weet ik zeker dat ik gezond ben.
Er bevindt zich momenteel geen kankercel in mijn lichaam.
Op dat moment had ik echter het contact verloren met mijn
innerlijk weten. Ter plekke herstelde ik dat gevoel. Ik realiseerde
me, dat de uitspraak van de vrouw te maken had met haar eigen
onzekerheid en leerproces en niets met mij. Toen vijf minuten
later de chirurg verscheen, was mijn innerlijke rust teruggekeerd.
Ik kon weer voelen dat er niets aan de hand was.
Het “probleem” was ook snel opgelost: de plek
bij mijn oksel die ze gevoeld had, was wat steviger geworden
door de operatie waarbij de lymfeklieren waren verwijderd.
Er was niets om ongerust over te zijn.
Ik ben ervan overtuigd dat als ik voortdurend in contact kan
zijn met mijn hogere zelf, ik geen dokter meer nodig heb om
mij te vertellen hoe het met mij gaat.
Aan dat spirituele proces zal ik blijven sleutelen.
ParaVisie 2001 |
| |
|
|
|
Recente bijdragen aan haar eigen weblog:
|
|
| |
|
| |
Van pijn naar vrede
De meest begripvolle mens die ik in de voorgaande jaren ben
tegengekomen in mijn gang langs het medische circuit was mijn
controlerend arts van het GAK. Hij had de wijsheid van een
oude indiaan en hij gaf me het gevoel dat hij kon kijken tot
op de bodem van mijn ziel.
Toen ik ruim een jaar geleden bij hem kwam, zag ik dat hij
me opnam met zijn grijze ogen, en dat hij in een ogenblik
doorgrondde, afgezien van de fysieke klachten die ik had,
in welk proces ik me bevond.
“Eén jaar wil ik je geven bij dat bedrijf ”
zei hij, “twee jaar hooguit. Maar als jij daar nog vier
jaar blijft, kunnen ze je daar tussen zes plankjes vandaan
dragen.” Hij zag natuurlijk de ontstelde blik op mijn
gezicht, en hij legde uit: ”Je bent heel slim, en je
ziet door structuren heen. Waar moet jij heen met je frustraties
en je machteloosheid?”
Hij had gelijk. Natuurlijk had hij gelijk, maar ik had zelf
nog tijd nodig om het innerlijke proces waarin ik zat uit
te laten kristalliseren. Terwijl ik diep in mijn hart de uitslag
natuurlijk al lang kende. De voorspelling die mij jaren geleden
ooit is gedaan, dat ik veel achter mij zal laten, zal ongetwijfeld
uitkomen.
De ergste pijn die ik voelde in de ziektejaren die achter
me liggen, was de pijn door de onwetendheid van de mensen
en instanties om me heen. In die onwetendheid worden soms
de vreselijkste dingen tegen je gezegd. Het gaf me het gevoel
of ik me in een neerwaartse spiraal bevond. Mijn lichaam heeft
zich diep ellendig gevoeld, en juist daardoor had ik een sterke
behoefte aan veiligheid en begrip. Maar na drie of vier maanden
ziek zijn is het voor de meeste mensen niet meer mogelijk
oprecht belangstellend te zijn. Ze begrijpen niet dat het
zo lang moet duren, ze gaan over tot de orde van hun dag,
en de eerste vreemde verhalen beginnen de ronde te doen. Bij
artsen moest ik vechten om ze aan het verstand te brengen
dat er tussen mijn oren niets mis was, maar dat er echt iets
aan de hand was met mijn lichaam. Ik ben in die kringen een
grote verbale onhandigheid tegengekomen.
Ik vermoed dat veel mensen het herkennen als ik zeg dat donkere
tijden nog meer duisternis aantrekken.
Toch moest ik door rationeel nadenken concluderen dat aan
de pijn door onwetendheid niet te ontkomen is. Je kunt het
moeilijk iemand kwalijk nemen dat hij niets meegemaakt heeft
in het leven. Vaak word je onbedoeld gekwetst omdat mensen
geen idee hebben door welke diepe levens-lagen je gaat. Daarom
is het zo belangrijk dat je ervoor zorgt dat je zelf als mens
weerbaar bent.
De pijn door de onwetendheid bracht me bij de pijn van de
machteloosheid. Hoe kon ik anderen uitleggen wat ik allemaal
meemaakte in mijn leven, en in welke denkprocessen ik me bevond?
Als ik daar al een poging toe deed, kwam ik toch vaak louter
onbegrip tegen. De ‘buitenkant’van mijn ziekzijn
zag er natuurlijk heel vervelend uit, ik leefde bijna als
een kluizenaar, maar ik ben me er altijd terdege van bewust
geweest dat deze jaren op mijn weg zijn gekomen om de koers
in mijn leven drastisch te wijzigen. Ik heb altijd geweten
dat ik er ooit weer zou zijn, alleen niet wanneer. In die
zin heb ik zorgeloos en zonder schuldgevoel in mijn proces
gezeten. En juist die aanvaarding van wat me overkwam was
voor velen niet te vatten.
Terwijl ik ronddobberde in de poel van machteloosheid plopte
er opeens een vraag naar boven:”Wat doet het er toe?”
“Wat doet het er toe?” aapte ik mijn innerlijke
stem na.
“Ja, wat doet het ertoe wat andere mensen van je denken,
of dat ze geen flauw idee hebben wat er innerlijk allemaal
bij je gebeurt?”
Ineens verscheen er een stukje blauw aan de hemel.
Het doet er natuurlijk helemaal niets toe wat andere mensen
over je denken of over je vertellen. Het is ons ego, die graag
wil dat andere mensen ons zien zoals wij onszelf zien. Maar
het enige dat er echt toe doet, realiseerde ik me, is dat
ik mijn eigen weg ga, en dat ik de dingen doe die bij mij
horen en die mij op koers brengen. In mijn geval was dat ervoor
zorgen dat mijn lichaam weer op de rails kwam en dat ik de
condities in mijn leven zou scheppen waardoor ik gezond zou
blijven.
Ieder mens zal natuurlijk zeggen dat je je niets van anderen
aan moet trekken, maar het was net of die wetenschap, die
natuurlijk niet nieuw voor me was, van mijn hoofd naar mijn
hart zakte en bezit nam van mijn wezen. Ik voelde hoe de machteloosheid
van me afgleed.
En ik begreep, dat ik door het doorleven en doorgronden van
de pijn terecht zou komen bij de vrede in mijn eigen hart.
ParaVisie 2001 |
| |
|
|
|
| |
|
| |
Keerpunt
Geleidelijk haken mijn lichaamsprocessen weer op elkaar in.
Hoe beter ze met elkaar communiceren, des te beter ga ik me
voelen.
De mineralenvoorraad in mijn lichaam moet behoorlijk uitgeput
zijn geweest als ik zie welke hoeveelheden silicium, selenium,
mangaan en ijzer ik inmiddels heb verorberd. Na zo’n
lange inactieve periode moet mijn spierweefsel zich ook weer
herstellen. “Je conditie weer terug krijgen gaat gepaard
met bloed, zweet en tranen”, zei iemand uit de medische
wereld tegen me, en dat is waar. Ze vergat het woord ‘geduld’
te noemen. Tijd is wat mijn lichaam nodig heeft, en daar moet
ik me aan overgeven. Ongeduldig zijn zou alleen maar frustratie
en boosheid veroorzaken.
Ik heb in de afgelopen jaren verschillende therapeuten geraadpleegd.
Allemaal stonden ze me bij vanuit hun eigen specialisme. Ik
ben niet iemand die zich wendt tot één deskundige
en dan het heft uit handen geeft. Ik ben me er steeds bewuster
van geworden dat ik zelf verantwoordelijk ben voor mijn gezondheid,
en dat niemand mijn lichaam en geest zo goed kan ervaren als
ik dat doe. In complexe situaties zoals de mijne, leek het
me logisch genezing te realiseren vanuit verschillende invalshoeken.
Als ik nu terugkijk naar de afgelopen jaren zie ik hoeveel
er veranderd is in mijn leven. Tot aan de dag dat ik hoorde
dat ik borstkanker had, bevond ik mij tussen de managers,
projectleiders, systeembeheerders en personeelsfunctionarissen,
en ik dacht dat de wereld er zo uitzag. Inmiddels heb ik geleerd
dat er heel veel verschillende werelden zijn die samen een
geheel vormen. Ondertussen heb ik de bankwereld achter me
gelaten, volg ik een spirituele opleiding, ben ik columniste
en ga ik regelmatig om met spirituele genezers, therapeuten
en mensen die op andere wijze bezig zijn met persoonlijke
groei en levensbeschouwelijke zaken. De Lichtcirkel speelt
een belangrijke rol bij mijn spirituele groei. Blijkbaar is
dit geen slechte verandering voor mij, want ik voel me gelukkiger
dan ik me in jaren in het bedrijfsleven heb gevoeld.
We zijn geneigd ernstige ziekte als naar te ervaren, maar
dat is slechts betrekkelijk.
Alle gebeurtenissen en situaties in onze driedimensionale
wereld zijn onderhevig aan de dualiteit.We noemen dingen ‘goed’of
‘slecht’, maar natuurlijk bestaan ‘goed’en
‘slecht’niet. Het is slechts een projectie vanuit
onze beleving.
De keerzijde van mijn langdurig ziek zijn was dat ik totaal
werd losgeweekt van mijn oude bestaan. Ik kwam als het ware
in een vacuum terecht. Vanuit deze neutrale positie kon ik
op een andere manier kijken naar mezelf en naar onze samenleving.
Krishnamurti was daarbij natuurlijk mijn leermeester.
Terwijl ik me door de gebeurtenissen in mijn leven heen ploeterde,
werd het steeds helderder voor me, dat ik mijn leven tot nu
toe had geleid volgens van buitenaf opgelegde patronen.
Iedereen kent die patronen wel: een gehoorzaam meisje zijn,
goed je best doen op school, een degelijke baan zoeken, carrière
maken, kortom een respectabele burger zijn.
In de jaren dat ik veel spirituele boeken ging lezen, en cursussen
en workshops op dit gebied ging volgen, besefte ik steeds
meer dat ik in mijn werk hoofdzakelijk bezig was met regeltjes
en procedures. Als leidinggevende werd er van mij verwacht
dat ik daar een actieve bijdrage aan zou leveren. Ik moest
andere mensen een keurslijf aanmeten, terwijl ik in mijn diepste
wezen een heler ben….
Het werd me steeds duidelijker dat als ik 40 jaar lang fulltime
zou werken bij een groot concern, ik een aanzienlijk deel
van mezelf nooit zou leren kennen. Ik kwam tot de verrassende
conclusie, dat hoe meer mens ik werd, des te minder ik kon
en wilde functioneren in een systeem dat mij in een hokje
plaatste. Dat is geen teken van zwakte, het is een compliment
voor je mens-zijn.
Veel mensen klampen zich vast aan de zekerheid en veiligheid
van een baan, maar in wezen is dit leven vanuit angst. Blokkades
blijven gehandhaafd, talenten onontdekt. En daar vind ik mijn
leven te bijzonder voor. Bovendien is mijn zielenheil belangrijker
voor me dan de uiterlijke schijn van deze wereld.
Toen ik na mijn operatie en bestraling steeds maar ziek bleef
door allerhande kwalen in mijn verzwakte lichaam, begreep
ik wat de bedoeling van het Universum was: ik moest mijn baan
helemaal loslaten. Het werk daar was gedaan, de lessen geleerd,
ik hoefde daar niet meer te zijn. Ik mocht het loslaten.
Veel voorwerk was er in mijn hart en hoofd al gedaan. Ik liet
los.
En zo heb ik mezelf dus bevrijd van de gouden ketenen van
de optieregeling en de winstdeling. Ik heb het prestige en
de status van een goede functie niet meer nodig. Mijn gevoel
van eigenwaarde ontleen ik aan wie ik ben als mens.
Dank je wel, Krishnamurti, dat je me hebt geholpen om zoveel
van het leven te begrijpen.
Dank je wel, kanker, dat je mij zo diep hebt gebracht, dat
ik de kracht en de moed kon vinden om beslissingen te nemen
en knopen door te hakken. Ik lig weer op koers.
Ik voel me vrij, los en onafhankelijk, maar meer dan ooit
verbonden met de Bron.
ParaVisie 2001 |
| |
|
|
|
| |
|
| |
De kunst om halt te houden
Ik heb – en dat zeg ik zonder oordeel- niets met oppervlakkigheid.
Soms wilde ik wel eens dat dat anders was. Het is voor mijn
geest onmogelijk om op de automatische piloot te gaan. Elk
detail in mijn binnen- en buitenwereld wordt geregistreerd.
Elke beweging, elke nuance, elke verandering in mijn fysieke,
emotionele of mentale lichaam neem ik waar en wordt bekeken,
ervaren, doorleefd en tot een leermoment gemaakt. Ik zie dat
niet als een verdienste van mezelf, ik kan gewoon niet anders.
Deze methode om het leven te beleven vraagt natuurlijk tijd,
maar….ben ik geneigd te zeggen: dan heb je ook wat.
Juist hierdoor kom ik steeds dichter bij mezelf en ga ik steeds
meer in mijn kracht staan. Het is juist de eigenschap om tot
op detail te kunnen waarnemen, die mij, gecombineerd met al
mijn levenservaringen tot een goede hulpverleenster kunnen
maken of die mij van dienste is bij het schrijven. Juist hierdoor,
en door het feit dat mijn ziekte mij op mijn plaats hield,
kon ik in de afgelopen jaren datgene beoefenen, waar wij het
in onze westerse samenleving nooit over hebben, de grootste
van alle kunsten: de kunst om halt te houden.
Ik heb me wel eens afgevraagd, of men wel beseft welk een
veelheid aan processen mensen die halt moeten houden in verband
met een langdurige ziekte moeten doormaken. Laat ik eens wat
op een rijtje zetten. In de eerste plaats is er natuurlijk
de ziekte zelf, in mijn geval was dat kanker. Daarna kwam
voor mij de periode dat ik me een paar jaar heel ziek voelde
door verschillende complicaties na de bestraling. Als je 40
jaar gezond geweest bent, valt het niet mee om je week in,
week uit, maand in, maand uit, ellendig te voelen. Voordat
ik dat had geaccepteerd, was ik heel wat maanden verder. Door
ziekte moet je je hele dagelijkse leven loslaten. Al je oude
routines en patronen lossen op in het niets. Samen met je
partner moet je zoeken naar een nieuwe afstemming, naar een
nieuw evenwicht om van de situatie het beste te maken. Onvermijdelijk
in zo’n levensfase is, dat je erachter komt dat sommige
vriendschaps- en familiebanden niet waren wat je gedacht had.
Dat brengt natuurlijk teleurstelling en verdriet met zich
mee. Soms wordt er slecht naar je geluisterd door de medische
wereld, of word je zelfs gekleineerd. Je verliest je maatschappelijke
status en ik kan me voorstellen dat er mensen zijn die daar
moeite mee hebben. Ik werd geconfronteerd met de ontgoocheling
die het bedrijfsleven me bezorgde door helemaal niet meer
naar me om te kijken. Ik ben nog nooit in mijn leven zo ziek
geweest, en ik ben ook nog nooit in mijn leven zo schandalig
behandeld. Helaas vielen die twee dingen samen.
Bovenstaande processen vallen te beschrijven als een neerwaartse
spiraal. Je wilt je ergens aan vastpakken om controle over
je leven te houden, maar je glijdt door een gladde koker naar
beneden, naar het dieptepunt van de put. Vroeg of laat zul
je merken dat er een moment komt, waarop je weer iets vast
kunt pakken. En als je eenmaal houvast hebt, kun je gaan stijgen
en je open stellen voor de opwaartse spiraal. Langzaam wordt
het dan duidelijk dat je het punt nadert, waarop je de draad
van je leven weer op kunt pakken. Dan zul je ook gebeurtenissen
in je leven aantrekken, waarmee je weer verder kunt. Op het
moment dat je de stijgende lijn weer te pakken hebt, ben je
ook weer in staat positieve dingen in je leven te creëren,
door bijvoorbeeld die dingen te doen die je altijd al had
willen doen, of door het volgen van een opleiding die bij
je past.
Dat zorgt ervoor dat je doelgericht met de toekomst bezig
bent en niet gefixeerd raakt op het ziek zijn. Jezelf verwennen,
of met een partner of een vriend op een terrasje zitten, of
ergens lekker eten maakt blij en dankbaar dat je leeft.
Ik heb in de afgelopen jaren regelmatig mensen ontmoet, die
met me spreken alsof mijn ziektejaren verloren jaren zijn.
Ik kan daar alleen maar op zeggen, dat er nooit een fase in
mijn leven geweest is, waarin ik zo geleerd heb het leven
te leven. Ik ben zelfs geneigd om medelijden te hebben met
mensen die zichzelf ‘zondagskind’ noemen, want
de diepte van het leven gaat aan deze mensen voorbij.
Er waren dus in de afgelopen jaren genoeg details om me mee
bezig te houden. Ik heb het gevoel dat ik mijn tijd goed heb
besteed. Het lijkt me dan ook een mooie gelegenheid om deze
column af te sluiten met een zin die ik tegenkwam in een van
mijn studieboeken:
‘Wie traag gaat, vordert soms het snelst’.
ParaVisie 2003 |
| |
|
|
|
| |
|
| |
Mijn gevoel: mijn leven Tijdens een etentje
hoorde ik iemand vertellen over een chronisch ziek familielid,
die ‘uit het goede hout gesneden was’ omdat diegene
nooit over zijn gevoelens sprak en nooit klaagde.
In de bio-energetica, waar ik me voor mijn opleiding op dit
moment in verdiep, wordt gesteld dat het remmen van gevoelsuitingen
leidt tot verlies aan gevoel, en het gevoelsverlies is een
verlies aan levend zijn. Gevoelens zijn het leven van het
lichaam, zoals gedachten het leven van de geest zijn. Iedereen
weet dat lichaam en geest elkaar beïnvloeden. Wat je
denkt kan invloed uitoefenen op wat je voelt, en omgekeerd.
Bio-energetica is een vorm van therapie waarin het werken
met het lichaam wordt gecombineerd met het werken van de geest
om mensen te helpen hun emotionele problemen op te lossen
en meer van het leven te kunnen genieten.
Hoe meer je leeft, hoe meer energie je hebt, en andersom.
Een levend lichaam ervaart genot en pijn, vreugde en verdriet.
Als de gevoelsstroom in het lichaam wordt ingehouden of geblokkeerd,
wordt het leven als het ware besnoeid. Of we nu huilen of
lachen, in de buik ervaren we het leven op een oerniveau.
Als je er op uit bent om je gevoelens te onderdrukken, moet
je je buik inhouden. Maar dan moet je ook het feit accepteren,
dat je nooit een vibrerend levend mens zult zijn. En als je
klaagt over innerlijke leegte, ben je het zelf die verhindert
dat je je volledig geeft.
Huilen is de manier om spanning te verlichten. We ervaren
allemaal frustraties en pijn in het leven. We hebben dus allemaal
voldoende reden om te huilen. Niemand hoeft zich ooit te schamen
als hij huilt. De meeste mensen hebben echter hun verdriet
en pijn onderdrukt om de wereld een lachend gezicht te laten
zien. We hebben geleerd dat niemand graag een verdrietig gezicht
ziet. Maar als een mens meer tot leven komt, wordt het masker
afgebroken en komen het verdriet en het huilen naar de oppervlakte.
En daar is niets mis mee.
Door de sociale en competitieve druk van onze cultuur leven
veel mensen in hun hoofd. De meeste mensen voelen zelfs hun
benen en hun voeten niet. Als iemand geblokkeerd is in zijn
vermogens om gevoelens te uiten, zal zijn lichaam daardoor
doods worden en zijn vitaliteit verminderen. We realiseren
ons niet dat psychologische druk voor het lichaam gelijk staat
met fysiek gewicht. Onopgeloste emotionele conflicten veroorzaken
soms spierspanningen, die weer kunnen leiden tot verstarring.
Chronische spierspanningen verstoren de emotionele gezondheid
en beperken de zelfexpressie.
Bio-energetica is er op gericht om iemand te helpen een beter
zelfgevoel te ontwikkelen, dat wil zeggen om vollediger mens
te zijn. Een van de kenmerken van levend- zijn is het vermogen
om in contact te zijn. Gewaarworden, echt contact maken, is
een gevoelsfunctie. Als je in contact bent, wil dat niet zeggen
dat je volmaakt bent, maar dan leef je.
In onze Westerse cultuur houden we voortdurend, bewust of
onbewust, iets op. Als we onszelf ophouden, nemen we afstand
van het lichaam en boeten daardoor op onze natuurlijke staat
van zijn in. Om helemaal te leven moet je je goed voelen over
je leven, bevrediging vinden in je werk en plezier hebben
in je persoonlijke contacten.
Ik heb ze ontmoet, de mensen die plichtsmatig aan me vroegen
hoe het met me ging en slechts een éénlettergrepig
antwoord terug verwachtten. Ze wilden helemaal niets horen
over kanker of over mijn verdriet over de ontmanteling van
mijn actieve leven. Het gaf me het gevoel dat ik mezelf totaal
niet kwijt kon. Mijn gevoel wil stromen, en aan maskers heb
ik altijd een hekel gehad. In mijn kindertijd heb ik me mateloos
verbaasd over volwassenen die heel iets anders zeiden dan
ik op gevoelsniveau waarnam.
De grote les die ik in de afgelopen jaren heb geleerd, is
dat het leven wonderschoon en keihard tegelijkertijd is. In
die tegenstelling is het soms noodzakelijk om duidelijk je
grenzen neer te zetten, conflicten te hebben, los te laten
en achter te laten, maar mag ik ook liefhebben en genieten.
De belangrijkste opdracht die een mens heeft, is trouw te
zijn aan zichzelf. Zelfkennis, zelfreflectie en zelfexpressie
zijn daarbij essentiële ingrediënten. Door onvoorwaardelijk
voor mezelf te kiezen kwam geleidelijk mijn ‘spirituele
familie’in mijn leven, waar gevoelens als vanzelfsprekend
stromen.
Het is misschien wat aan de late kant, maar ik ben bezig met
het integreren van de dualiteit, en ik merk dat ik steeds
steviger ga staan. En in dat proces ervaar ik dat ik voel.
Voel ik dat ik tot in mijn botten leef!
ParaVisie 2003 |
| |
|
|
|
| |
|
| |
Uit de oude doos Voor het eerst sinds
jaren heb ik er weer eens in gekeken, in de vrolijk gekleurde
kartonnen doos die in mijn studeerkamer op de boekenkast staat.
Ik heb er alles in bewaard wat met mijn ziekteperiode te maken
heeft gehad.
Zo zitten er brochures in over kanker die ik in het ziekenhuis
heb gekregen toen ik in afwachting was van de diagnose. Er
is informatie over lymfoedeem, omdat ook mijn lymfeklieren
zouden worden verwijderd, en dit vervelende klachten tot gevolg
kan hebben. (Gelukkig ben ik daarvoor bespaard gebleven.)
Ik heb er het polsbandje in bewaard dat ik heb gedragen tijdens
en vlak na de operatie. Er zijn namen en telefoonnummers van
behandelende artsen, zodat ik ogenblikkelijk weet bij wie
ik moet zijn als ik dat nodig acht. Er zijn krantenartikelen
over wetenschappelijke onderzoeken over kanker en nieuwe behandelmethoden,
en zelfs een advertentie over het verwijderen van littekens
met laserbehandeling (nooit behoefte aan gehad). Ook mijn
agenda uit het jaar dat een ommekeer in mijn leven veroorzaakte
heb ik bewaard. Maar de meeste ruimte in de doos wordt ingenomen
door de paar honderd kaarten die ik in de afgelopen jaren
kreeg. Het merendeel kreeg ik natuurlijk in de periode vlak
na de operatie. Omdat ik leidinggevende was in een grote organisatie,
waren er veel mensen die mij kenden. Ik kreeg kaarten van
afdelingen en mensen met wie ik nog nooit had samengewerkt.
Er waren warme brieven van vriendinnen, gedichtjes, kaartjes
van boeketten. Er waren ook veel kaarten van mijn lieve man
Wop Jan, die als geen ander wist wanneer ik het nodig had
om even opgevrolijkt te worden. Geen ander dan hij had beter
voor me kunnen zorgen dan hij de afgelopen jaren heeft gedaan.
Hij is mijn engel op aarde.
Het belangrijkste medicijn voor een kankerpatiënt -
ik spreek natuurlijk als ervaringsdeskundige, maar je vindt
het ook in boeken en het wordt genoemd door artsen en therapeuten
- is emotionele ondersteuning door familie en vrienden.
Als iemand kanker heeft, is het voor de naaste omgeving misschien
moeilijk om te weten wat je moet doen. Je wordt daarbij natuurlijk
ook geconfronteerd met je eigen kwetsbaarheid en sterfelijkheid.
Hoe ga je om met het verdriet of de boosheid van de patiënt?
Je eigen angst of onhandigheid mag echter geen reden zijn
om de zieke uit de weg te gaan. Het is een ontgoochelende
ervaring voor de kankerpatiënt om mee te moeten maken
– en dit klinkt misschien wat cru- dat mensen van wie
normaliter gesproken verwacht kan worden dat ze op de eerste
rij aan je graf staan, bij leven niet de moeite willen of
durven nemen om je te bezoeken als je in het ziekenhuis ligt
voor een kankerbehandeling. Het geeft een extra dimensie aan
het verwerkingsproces, maar niet in positieve zin. De ziekte
kanker raakt je tot op het bot, en haalt het fundament onder
je leven vandaan. Als je in zo’n periode het gevoel
krijgt dat je door naasten in de steek bent gelaten, richt
dit voor de onderlinge relatie misschien wel onherstelbare
schade aan.
Een kankerpatiënt heeft behoefte aan warmte, liefde
en bevestiging. Het is soms misschien best lastig voor zowel
de patiënt als de naaste omgeving om te spreken over
de ziekte, maar laat in ieder geval weten dat je naast hem/haar
staat. Zeg dit duidelijk, of schrijf het in een kaart of brief,
maak een gebaar, een uitgestoken hand, of nog beter, een arm
om een schouder.
Een ziek mens heeft even niets te geven, die heeft er behoefte
aan te ontvangen.
Een verplicht bezoekje op een verjaardag zegt niet zoveel.
Dat er iemand met een warm hart aan je bed zit als je kanker
hebt, dat doet er toe!
Er is sinds kort een boekje uitgekomen, waarin wordt beschreven
hoe je mensen, die iets vreselijks overkomt, kunt steunen.
Er wordt uitgelegd hoe een proces van verlies en rouw verloopt.
Soms kan verdriet lang duren. Hoe wordt dan een balans gevonden
tussen jezelf niet opdringen en de ander in de steek laten?
Bij troosten kun je er niet zonder meer vanuit gaan dat je
wel begrijpt wat de ander doormaakt. Luisteren en soms niet
praten is ook belangrijk. Of gewone dingen samen doen die
de ander helpen het leven weer op te pakken.
Soms vraagt het leven van ons initiatief te nemen, en een
hand uit te steken naar een ander mens. Hoe we dat kunnen
doen wordt beschreven in het boekje Kan ik wat voor
je doen? dat is geschreven door Marieke Janssen en
Maria Neele.
Het deksel gaat weer op de doos. Wie weet voor hoe lang……
ParaVisie 2004 |
Voor u gelezen in de media en geweblogd via psychologie-nu.blogspot.com:

Beschrijvingen zelfhulpboeken
- Jezelf worden en
zijn, zelfvertrouwen
- Vrijheid
en innerlijke bevrijding
- Verslaving:
algemeen, roken en gokken
- Geluk(kig
worden)
- Emoties: depressie, angst, (werk)stress
en burnout;
jaloezie, woede,
ruzie en agressie
- Verlies, verdriet en zelfdoding
- Relaties: liefde, eenzaamheid en scheiding, poëzie, man-vrouw
verschillen
- Therapie kiezen
- Voor en
tegen alternatieve geneeswijzen
|
Andere boekbeschrijvingen:
|
|
|
Populaire
weblog
onderwerpen:
|