|
|
|
A B C D
E F G H
I J K L
M N O P
Q R S T
U V W X
Y Z |
|
| |
|
(zie ook de trefwoorden op "Levende-Gedachten"
of "Geestkunde".) |
|
| |
|
Dit glossarium is afkomstig uit het boek "Spiritualiteit, vrijheid en engagement". Hier een index waar de begrippen in de context van het boek wordt gebruikt. |
|
| A |
|
Aarden: je verbinden met de aardse werkelijkheid.
'Abdu'l-Bahá: zoon van Bahá'u'lláh,
die het Bahá'í-geloof persoonlijk naar het Westen
overbracht.
Absolute: de (goddelijke) grond van de realiteit.
Acupunctuur: alternatieve geneeswijze waarbij
men fijne naalden op specifieke plaatsen in de huid van de
patiënt steekt om de veronderstelde energiehuishouding
die daarmee samenhangt te stimuleren, pijn te verdoven, etc..
Adam Quadmon of Phoos: In de gnostische
scheppingsmythen de eerste mens, echter geschapen als 'lichtmens',
dus als een geest, en pas later 'afgedaald in' een lichaam.
Adharma: zonde (Sanskriet).
Adherents: eigenlijk aanhangers. Naam van
een website over duizenden religies.
Advaita: monistische hindoeïstische
stroming die alleen de realiteit van God erkent (Sanskriet).
Agnosticisme:
stroming die stelt dat bepaalde dingen niet gekend kunnen
worden door de mens. Vaak gebruikt in verband met de vraag
naar het bestaan van een godheid.
Agora: eigenlijk marktplein uit de Griekse
oudheid, waar men veel discussieerde, vergelijkbaar met het
Romeinse forum. Van daaruit: podium voor debatten.
Ahadith: Meervoud van Hadith (Arabisch;
zie aldaar).
Ahimsâ: geweldloosheid (Sanskriet).
Akrodha: niet toornig worden, zelfbeheersing
(Sanskriet).
Al-Akbar: 'De Grote', 1542-1605, zeer tolerant
keizer van India en wijde omtrek.
Al-Allaha: 'De Hoogste' en 'De Ene'.
Al-Djahannan: de hel (Arabisch).
Al-Farabi: Islamitisch filosoof die Platonische
staat voor ogen stond, geleid dus door de wijzen, en die tot
op heden invloed heeft met name in Iran.
Al-Fitr: Dit is niet alleen de naam van
een feest, maar ook het idee dat elke baby als moslim geboren
wordt.
Al-Ghazali: Islamitisch filosoof en wetenschapper
die geloof en wetenschap als gescheiden gebieden zag (1058-1128).
Al-Israa’: 'de nachtreis' (een visioen)
van de profeet Mohammed, beschreven in Sura 17 van de Qur’an.
Al-Kindi (800-866): Een der eerste islamitische
filosofen.
Al-Razi, ook Al-Razes genoemd: Islamitisch
geleerde: filosoof, arts, psycholoog, enzovoorts (865-925).
Zijn motto was: "Denk zelf!"
Alteriteit: andersheid.
Alterologie: leer, woord van de ander (alter).
Alternatieve subcultuur: subcultuur die
op belangrijke punten afwijkt van (alternatieven aanreikt
voor) de dominante cultuur.
Altruïsme: betrokkenheid bij anderen,
staat tegenover egoïsme.
Amoreel: niet ingegeven door morele overwegingen
van goed en kwaad.
Anachronistisch rudiment: een overblijfsel
dat niet meer in deze tijd thuishoort.
Analoog: iets wat in belangrijke opzichten
overeenkomt met het besprokene.
Anarchisme: politieke stroming die zoveel
mogelijk de macht van de een over de ander afwijst, en in
plaats daarvan kiest voor een maatschappij waarin beslissingen
zoveel mogelijk worden genomen door mensen zelf.
Anti-globalisme: stroming die zich verzet
tegen de huidige, kapitalistische vorm van globalisering (mondialisering).
Antithese: Tegenovergestelde these of stelling.
Antropocentrisme: Stroming die de mens centraal
stelt.
AOW: Algemene ouderdomswet.
Aparigrha: zich niet hechten aan, leren
loslaten (Sanskriet).
Apocalyps: eigenlijk Grieks voor openbaring,
verwijst vaak naar het bijbelboek van Openbaring en overdrachtelijk
ook naar een eindtijd of vernietiging van de wereld waarin
we leven.
Apocriefe geschriften: Heilige geschriften
die destijds door de RK Kerk niet zijn erkend.
Apollinisch: evenwichtig, beheerst.
Apostolaat: opdracht (als een ‘apostel’)
om het goede nieuws van het Koninkrijk van God, belichaamd
in leven en werk van Jezus Christus, overal te verkondigen.
Aquarius Tijdperk: Ook wel watermantijdperk.
Vernoemd naar het sterrenbeeld Aquarius (waterman). Het tijdperk
zou volgens astrologen al begonnen zijn of binnenkort aanvangen
en in het teken staan van de eigenschap van waterman.
Arbeidsethos: Normen en waarden die verbonden
worden aan het (betaalde) werk.
Archonten: Gnosis-term voor een soort engelen.
Arjuna: belangrijk personage in de Bhagavad
Ghita die in dialoog gaat met Krishna.
Armstrong, Karen: invloedrijke hedendaagse
Britse godsdienstwetenschapper.
Âsanas: lichaamshoudingen (Sanskriet).
Ascese: het om spirituele redenen zoveel
mogelijk afstand doen van materieel comfort.
Asclepiaanse geneeskunde: De Grieks-klassieke
geneeskunde van Asclepios, toen beroemd als geneesheer.
As-sja'ria: 'Het Pad naar De Bron', naar
God dus, via de uiterlijke weg, die der voorschriften en geboden.
Astayam: geen hebzucht tonen (Sanskriet).
Asteya: zich niets toe-eigenen wat een ander
toebehoort (Sanskriet).
At(a)man: Sanskriet term voor de ziel of
het zelf.
At-tassawwuf: 'Zuiverheid', 'ascese', islamitisch
soefisme (Arabisch).
Athanasia: Nederlandse stichting voor parapsychologisch
en filosofisch onderzoek naar leven na de dood en persoonlijk
evolutie.
Atheïsme: stroming die stelt dat er
geen god bestaat.
Atma-jnana: kennis van de ziel, mystiek
(Sanskriet).
At-tiraq: Het 'rechtgebaande pad' uit de
Qur'an, het Pad omhoog naar God via de contemplatie, dus via
het innerlijk.
AUM-teken: teken die de goddelijke klank
weergeeft (AUM) waaruit de hele werkelijkheid zou zijn voortgekomen.
Bekend symbool van het hindoeïsme.
Aura: fijnstoffelijk veld of lichaam dat
het normale, zichtbare fysieke lichaam zou omgeven en doordringen
en betrokken zou zijn bij vitale en psychische functies.
Aurobindo, Sri: Indiase yogi, politiek activist
en schrijver (1872-1950).
Authenticiteit: waarachtigheid, echtheid.
Authentiek existeren: existentialistische
term voor een bestaan waarin men verantwoordelijkheid neemt
voor de eigen keuzes in het leven.
Autonomie: zelfbeschikking, zelf bepalen
hoe je wil leven.
Autoritair: vanuit autoriteit, d.w.z. alsof
men een bepaald gezag heeft.
Axiologie: waardenleer. |
|
| B |
|
Terug naar boven |
|
| |
|
Báb: Bahá’i-profeet (Perzië 1819-1850),
die vanaf 1844 de komst van Bahá'u'lláh als Boodschapper
van God aankondigde
Bahá’í-geloof: een monotheïstische
religie die na de Verlichting in het verduisterde, islamitische
Perzië ontstond
Bahá'u'lláh: profeet van het Bahá’i-geloof
(1817-1892).
Bergrede: onderdeel van het Nieuwe Testament (Bijbel), waarin
Jezus diverse groepen zalig spreekt.
Bayt al-hikma: 'Huis der wijsheid', modern vertaald als 'universiteit';
destijds het eerste vertaalhuis in Bagdad; hier werd de Griekse
en Indische literatuur in het Arabisch vertaald en zo toegankelijk
gemaakt.
Bhagavad-Gita: hoofdwerk van de spirituele literatuur van
het hindoeïsme, onderdeel van het epos Mahabharata
Bhagwan Shree Rajneesh: Indiaas spiritueel leraar, later
bekend als Osho (1931-1990) met veel westerse volgelingen.
Bhakta: toegewijde (Sanskriet).
Bhakti: toewijding (Sanskriet).
Bio-industrie: het massaal (industrieel) houden van vee onder
fabriek-achtige omstandigheden zonder rekening te houden met
de natuurlijke ethologische behoeften van de individuele dieren
Biologisch: afkorting voor biologisch dynamisch, maar ook
ander woord voor ekologisch verantwoord. Gebruikt in verband
met levensmiddelen en huishoudelijke artikelen.
Blavatsky, Madame: Helena Petrowna Blavatsky, van oorsprong
Russische auteur en oprichtster van de Theosofische Vereniging.
Boeddha: Siddharta Gautama, de historische grondlegger van
het boeddhisme. Algemener: iemand die volgens het boeddhisme
de staat van verlichting heeft bereikt.
Boeddhisme: oosterse levensbeschouwelijke stroming gebaseerd
op de leringen van Boeddha.
Bovenaards: Behorend tot een werkelijkheid die het aardse
overstijgt.
Bovennatuurlijk: De natuurlijke orde overstijgend.
Bovenpersoonlijk: Het persoonlijke overstijgend
Bovenzinnelijk: het zintuiglijk waarneembare overstijgend
Brahma: God, een orde en harmonie, die volgens hindoes dwars
door alle veranderingen heen in het universum aanwezig en
werkzaam is (Sanskriet)
Brahmacharya: zich leren beheersen in gedachten, zinnen en
daden (Sanskriet).
Brahma-jnana: kennis van God, mystiek (Sanskriet)
Buber, Martin: joodse filosoof, pedagoog en schrijver (1878-1965).
Burn-out: overspannenheid
Bijna-dood-ervaringen: bewuste, soms paranormaal ervaringen
tijdens een toestand van klinische dood of schijndood die
volgens bepaalde deskundigen niet verenigbaar zijn met een
materialistisch mensbeeld. |
|
| |
|
|
|
| C |
|
Terug naar boven |
|
| |
|
Calvinisme: vorm van protestants christendom afgeleid van
de leer van de kerkhervormer Calvijn. Het staat tegenwoordig
voornamelijk bekend om zijn conservatisme en gestrengheid.
Capra, Fritjof: Amerikaanse natuurkundige en schrijver van
de bestseller: The
Tao of Physics.
CDA: Christen Democratisch Appél, Nederlandse christen-democratische
partij
Ceibabomen: loofbomen uit Latijns-Amerika met een rechte
stam en kantachtig bladerdek.
Celestijnse Belofte: populaire spirituele roman van James
Redfield.
Chakra: knooppunt in de aura van ‘fijnstoffelijke energie’
dat samen zou hangen met lichamelijke, mentale en spirituele
functies.
Chakra-reader: iemand die in staat zou zijn de toestand van
chakra’s vast te stellen en te interpreteren.
Chamâ: vergevingsgezindheid en mededogen (Sanskriet).
Channeling: vorm van mediumschap waarbij doorgaans hogere
wezens contact zoeken met mensen om hen te onderrichten in
spirituele waarden.
Chaostheorie: natuurwetenschappelijke
theorie die de nadruk legt op de rol van chaos in de werkelijkheid,
waardoor deze veel moeilijker voorspelbaar is dan voorheen
werd gedacht.
Christenfundamentalisme: stroming binnen het christendom
die pleit voor een traditionele, zo letterlijk mogelijke interpretatie
en navolging van de Bijbel.
Co-counseling: therapeutische methode waarbij men in een
groepen om beurten aandachtig luistert naar elkaars ervaringen
en problemen.
Co-existentie: naast elkaar leven of bestaan.
Cognitief: betrekking hebbend op de mentale verwerking van
informatie.
Collectief onbewuste/onderbewustzijn: gemeenschappelijke
onbewuste geest van de mensheid, waaraan ieders onderbewustzijn
gekoppeld zou zijn. Begrip van Carl Gustav Jung.
Collectivisme: stroming die het collectieve belang boven
het belang van individuen stelt.
Communisme: vorm van socialisme waarbij de klassenmaatschappij
in theorie helemaal afgeschaft is en er maximaal sprake is
van sociaal-economische gelijkheid.
Compassie: mededogen.
Complementair: aanvullend.
Confessioneel: verbonden aan een confessie, religieuze overtuiging.
Constructionisme (ook wel constructivisme): stroming die
stelt dat onze opvattingen van de werkelijkheid niet overeenkomen
met de werkelijkheid, maar zuiver berusten op onze eigen constructies.
Consultatieve waarheidsvinding: vorm van overleg waarbij
iedereen zijn of haar waarheid mag uiten, ook als die niet
overeen zou komen met de verwachte consensus. Techniek van
de Bahá’i-gemeenschap.
Consumentisme: het nastreven van een zo groot mogelijke consumptie
als belangrijk persoonlijk en maatschappelijk doel.
Contemplatie: beschouwing, vaak gebruikt in de betekenis
van mystieke beschouwing van spirituele thema’s.
Contextueel: gebonden aan de context
Contractie: samentrekking
Contraproductief: leidend tot het tegenovergesteld van wat
men beoogt.
Crimes passionels: letterlijk: misdaden gepleegd uit passie,
met name moorden uit jaloezie.
Cultus: eredienst
Cyclisch: verlopend in een cyclus of kringloop.
Cynisme: (hier) wantrouwen tegenover de oprechtheid van mensen. |
|
| |
|
|
|
| D |
|
Terug naar boven |
|
| |
|
Dammo: beheersing van de geest (Sanskriet).
De blinde horlogemaker: materialistische theorie dat de hele
fysieke wereld en met name het leven volkomen blind is voortgekomen
uit basale natuurkundige wetten. Dat wil zeggen zonder vooropgezet
plan of schepper.
Deïficatie: God-wording.
Demagogie: volksmennerij.
Demiurg: bovennatuurlijk, maar onzuiver wezen dat volgens
de Gnosis de aardse werkelijkheid schiep
Demonisch: afkomstig van demonen of duivels, d.w.z. van het
Kwaad.
Desubjectivering: ontindividualisering.
Devotiehoek: plek waar men zijn devotie tegenover God kan
uitdrukken.
Dhamma- socialisme: boeddhistische vorm socialisme waarbij
socialisme en boeddhisme als complementair gezien worden.
(Dhamma is Pali voor het Sanskriet-woord dharma.)
Dhâranâ: concentratie (Sanskriet).
Dharma: de juiste levensweg, de innerlijke natuur van de
kosmische orde (Sanskriet).
Dhyâna: meditatie (Sanskriet).
Dhî: cultiveren van kennis en wijsheid (Sanskriet).
Dhriti: geduld en standvastigheid.
Dialectiek: het doelgericht
omgaan met (schijnbare) tegenstellingen.
Dichotomie: tegenstelling tussen twee principes.
Diepte-ecologische beweging: beweging die het milieu of de
natuur vooropstelt en vaak misantropisch lijkt uit te pakken.
Dierenrechten:
basale rechten die worden toegekend aan individuele dieren.
Dingmatig denken: denken over de werkelijkheid als een verzameling
dingen.
Dionysisch: door vervoering bewogen.
Dogma: vaste leerstelling, waar niet van afgeweken mag worden.
Dualisme: stroming die stelt dat er twee onreduceerbare principes
in het spel zijn of moeten zijn. Bijvoorbeeld lichaam en geest,
goed en kwaad of kabinet en parlement.
Dualiteit: verbinding van twee
principes.
Dubbelheid: Gnostische term voor het feit dat de mens zowel
geest als lichaam is; de notie is dat de mens terug moet gaan
op Het Pad naar De Eenheid.
Dvaita: hindoe stroming met dualistische kijk op de werkelijkheid.
Zij gaat uit van twee eeuwige entiteiten: geest en materie
(Sanskriet). |
|
| |
|
|
|
| E |
|
Terug naar boven |
|
| |
|
Ecologisch paradigma: manier van denken waarin het ecologische
geheel centraal staat.
Egalistisch: gericht op gelijkheid.
Ego: zelfbeeld. In de psychoanalyse ook: realiteitsprincipe
dat onderscheid maakt tussen wensen en de werkelijkheid.
Egocentrisch: gericht op zichzelf als centrum van de objectieve
werkelijkheid.
Egoïsme: alleen denken aan het eigenbelang.
Egologie: leer, woord van het ik (ego).
Ego-gericht: gericht op de eigen belangen, met name op het
imago dat men heeft bij anderen.
Emancipatie: (maatschappelijke) vrijmaking.
Emanentie: proces waarbij een deel van de werkelijkheid voortvloeit
uit een ander deel.
Emotioneel Quotiënt: getal waarmee men iemands emotionele
ontwikkeling aangeeft.
Engagement: sociale of morele betrokkenheid bij anderen.
Enneaden: Boek van de Griekse filosoof Plitinus waarin de
gnostische leer herkenbaar is.
Epinoia: hogere kennis, die het aardse begrip te boven gaat.
Epistemologie: kenleer, leer van de manier(en) waarop we
tot betrouwbare kennis kunnen komen.
Es: Freudiaanse term voor het lustprincipe, d.w.z. alle blinde
drijfveren naar lust.
Escapisme: drang om uit de werkelijkheid te ontsnappen.
Esoterisch: voorbehouden aan ingewijden. Vaak gebruikt als
synoniem voor occult.
Ethica: de oud-Griekse leer over 'het goede handelen', dus
de moraal.
Ethiek: filosofische leer van het goede handelen of goede
leven, reflectie op de moraal.
Existentiefilosofie: filosofische stroming die de nadruk
legt op de menselijke existentie, het individuele bestaan.
Existentiële angsten: angsten om het bestaan, bijvoorbeeld
doodsangst.
Expansie: uitbreiding van macht of bezit.
Extase: verrukking, vervoering.
Extravert: gericht op (interactie met) de buitenwereld. |
|
| |
|
|
|
| F |
|
Terug naar boven |
|
| |
|
Fair
trade: eerlijke handel, waarbij meer rekening wordt gehouden
met de rechten van producenten uit ontwikkelingslanden.
Fairuz: beroemde Libanese zangeres.
Fantoom: spookbeeld.
Fascisme: totalitaire, ultrarechtse politieke stroming die
gepaard gaat met brute onderdrukking van minderheden. In het
nationaal-socialisme ook nog met volkerenmoord.
Felotin: De Arabische naam van Plotinus; zie aldaar.
Feuerbach: materialistische filosoof die het fenomeen religie
verklaarde vanuit de projectie van menselijke behoeften op
een fictief hoger wezen.
Fir'aun: Farao (Arabisch).
Fixatie: psychoanalytische term voor stilstand in de psychologische
ontwikkeling door een vasthoudende gerichtheid op een bepaald
object.
Flows: ontwikkelingsprocessen
Fundamentalisme: gerichtheid op de fundamenten van een religie,
in plaats van op de historische ontwikkeling daarvan. Gaat
vaak gepaard met intolerantie tegenover liberalere gelovigen
en andere religies.
Fysica: natuurkunde.
Fysiologisch: lichamelijk |
|
| |
|
|
|
| G |
|
Terug naar boven |
|
| |
|
Gechannelde entiteit: meestal hoger onstoffelijk wezen dat
contact zoekt met mensen via een ‘channel’, een
soort spiritistisch medium.
Geëngageerd denken: denken dat rekening houdt met de
belangen van anderen.
Geest- of spookverschijningen: paranormale verschijningen
van overledenen.
Gegenwart: aanwezigheidsbetrekking
Geïnstitutionaliseerd: psychologisch en gedragsmatig
afhankelijk van een instituut.
Genesis: eerste boek van de Bijbel waarin onder meer het
scheppingsverhaal wordt verteld.
Gnosis: oeroude kennis, bewustzijn die in de ban is gedaan
door de Katholieke Kerk
Goddelijk mysterie: het mysterie van de goddelijke aanwezigheid
in de wereld.
Govswami: dichter uit de bhakti-traditie.
Grefo’s: populaire aanduidingen voor gereformeerden.
Groupthink: beslissingsproces waarbij ieder lid van een groep
vanuit sociale wenselijkheid probeert om zich aan een veronderstelde
consensus binnen de groep te conformeren.
Guru: spiritueel leraar
Grot van Plato: bekende metafoor van de Griekse filosoof
Plato voor de relatie tussen de aardse wereld en een hogere
spirituele wereld. |
|
| |
|
|
|
| H |
|
Terug naar boven |
|
| |
|
Hadith: De overleveringen over de profeet: zijn uitspraken
en handelwijzen - of die aan hem ooit toegeschreven werden.
Hedonisme: stroming die het najagen van genot als het hoogste
levensdoel ziet.
Heilig: spiritueel zuiver en heel.
Heilsleer: leer over de manier waarop men verlossing of spirituele
vervulling kan bereiken.
Helend: genezend.
Henoch: mythisch Joods mysticus of profeet.
Hermetisch, Hermenistiek: In de lijn van Hermes Trismegistos:
zie aldaar.
Hermes Trismegistos, de mythische Egyptische ‘drievoudig
zeer grote’ wijze.
Heterotopie: plaats waar het andere zich manifesteert.
'Het-Zelf': een geestelijke kern in de mens waarin hij deel
zou uitmaken van God.
Hindoeïsme: verzamelnaam voor Indiase tradities gebaseerd
op de Veda’s.
Hippy’s: aanhangers van de alternatieve Flower Power-scene
uit de jaren ’60 en ’70 gericht op liefde en vrede.
Holistisch denken: denken dat het onherleidbare geheel benadrukt,
in plaats van de onderdelen van dat geheel.
Homo religiosus: de religieuze mens
Homo Sapiens: de denkende mens
Homo sapiens sapiens: de zelfbewuste mens
Homo sciëntificus: de wetenschappelijke mens
Homo viator: de mens die onderweg is
Humanisme: levensbeschouwelijke stroming die het leven en
de waardigheid van de menselijke persoon centraal stelt.
Humanistische psychologie: stroming binnen de psychologie
die uitgaat van de individuele, geestelijke gezonde mens en
zijn mogelijkheden tot ontwikkeling.
Hussein: Kleinzoon van de profeet Mohammed, gedood door de
Ummajaden. |
|
| |
|
|
|
| I |
|
Terug naar boven |
|
| |
|
Ibn Al-Rawani: 'De Voltaire van de islam' (rond 840); hij
verkoos de rede boven de traditie en religie.
Ibn Arabi: Arabische mysticus, dichter en wijze (1165-1240).
Ibn Khaldun (geb. 1332): Islamitisch geleerde; wordt gezien
als de vader van de geschiedenis als wetenschap.
Ibn Rushd of Averoës (1126-1198): Spaans-islamitisch
geleerde; is beroemd geworden door zijn commentaren op Aristoteles.
Een vrouw-vriendelijke rationalist.
Ibn Sina: Arabisch-islamitisch filosoof, wetenschapper met
encyclopedische kennis en gnostisch aandoende visie (980-1037)
Ibn Tufail (1106-1185): schreef een filosofische roman Hayy
Bin Yakzan, in de stijl van de latere Verlichtingsdenkers
als Defoe, Voltaire en Rousseau.
Id: Latijnse term voor het Es.
Idolatrie: verafgoding
Ietsisme: geloof dat er “iets moet zijn”, maar
zonder aan te geven wat dan precies.
Illusoir: gebaseerd op illusies.
Imago Dei: beeltenis van God. De mens is volgens de Bijbel
geschapen naar het beeld van God.
Impersonalisme: stroming die de ultieme realiteit of de waarde
van het persoonlijke bestrijdt.
Inclusieve houding: een houding waarbij men persoonlijke
betrekkingen met anderen onderhoudt
Individualisme: stroming die het individu en zijn belangen
vooropstelt.
Indriya nigraha: beheersing van de zinnen (Sanskriet)
Ingetuned: geestelijk afgestemd
Intelligentie Quotiënt: cijfer dat iemands intelligentie
zou uitdrukken.
Interbeing: wederzijdse verbondenheid.
Interreligieuze dialoog: dialoog tussen verschillende religies.
Informatiesysteem: systeem dat informatie verwerkt.
Inheemse religies: oorspronkelijke godsdiensten
Integriteit: uit een stuk zijn (met name in moreel opzicht).
Inter-culturalisering: interactie tussen culturen
Interpersoonlijk: tussen twee of meer persoon
Intra-persoonlijk: binnen een en dezelfde persoon
Intuïtie: vermogen waarmee men onberedeneerd dingen
kan aanvoelen.
'Isa: Jezus (Arabisch).
Ishvara: immanente manifestatie van God (Sanskriet).
Islamdebat: debat over de juiste visie op en omgang met de
islam.
Isolationisme: zich doelbewust afsluiten voor de buitenwereld. |
|
| |
|
|
|
| J |
|
Terug naar boven |
|
| |
|
Jalalu'l-Din-Rumi: Eigenlijke naam van Mevlana.
Jaldabaoth: naam van de Demiurg.
Japa Ramanama: reciteer (herhaal langdurig) de naam van God.
Jihad: geestelijke strijd, hetzij innerlijk, hetzij uiterlijk.
Johannitisch tijdperk: het nieuwe tijdperk van het christendom,
[bepaald door] in de geest van Johannes: spiritueel, niet
puur-verstandelijk, niet hierarchisch, niet wettelijk en vrouw-vriendelijk. |
|
| |
|
|
|
| K |
|
Terug naar boven |
|
| |
|
Ka'aba: Heilige zwarte steen, mogelijk afkomstig van een
komeet, in de moskee te Mekka; lang voordien al een heiligdom,
volgens de traditie gesticht door Ibrahim (Abraham).
Kahlil Gibran: Libanees-Amerikaans dichter, filosoof en kunstenaar
(1885-1931). Bekend om zijn werk ‘De Profeet’,
Kardecisme: Latijnse stroming binnen het spiritisme, gebaseerd
op de geschriften van Allen Kardec. Gaat onder meer uit van
persoonlijke reïncarnatie.
Karma: het handelen en de consequenties die dat handelen
heeft voor het eigen lot.
Katharen: Zeer vreedzame en sociale gnostisch levende mensen
in Zuid Frankrijk. Vanwege hun ideeën echter zijn ze
letterlijk te vuur en te zwaard bestreden door de paus en
massaal gestorven op de brandstapel.
Kinetisch: in verband met het bewegingsapparaat of de motoriek.
Kleine zelf: de ziel van een individu.
Kosmos: het universum, meestal bedoeld in de zin van ‘hogere
of goddelijke werkelijkheid’.
Krishna: een van de voornaamste hindoe Goden, incarnatie
van Vishnoe.
Kritisch: waar en onwaar onderscheidend, goed en kwaad onderscheidend. |
|
| |
|
|
|
| L |
|
Terug naar boven |
|
| |
|
Latino’s: Latijns-Amerikanen van gemengde of Europese
afkomst.
Leviathan: bijbels zeemonster, staat vaak voor de Duivel.
L'Histoire se repète - continuellement - jusqu'au
présent: De geschiedenis herhaalt zich - steeds weer
- tot op heden.
Libertair socialisme: vorm van socialisme die net als het
anarchisme streeft naar een zo groot mogelijk individuele
vrijheid, maar zonder elke vorm van gezag af te wijzen.
Liminaal: op de drempel (van het bewustzijn).
Logica: De oud-Griekse leer over het logisch denken en redeneren
Logion: Vers uit oude geschriften; zo ook: uitspraak van
Jezus volgens het Thomas Evangelie.
Logisch-discursief: volgens de logica van het vertoog (discours),
i.c. communicatief (taalgebruik).
Logisch-mathematisch: gericht op rationeel of wiskundig denken.
Logos: 'Woord', 'woord van wijsheid', 'wijsheid', 'scheppend
woord van wijsheid', 'Het Woord' (van God; ook: Christus). |
|
| |
|
|
|
| M |
|
Terug naar boven |
|
| |
|
Macrokosmos: de werkelijkheid in het groot.
Magie: (doelbewuste) paranormale beïnvloeding van de
werkelijkheid.
Magische kijk: visie die uitgaat van magische interacties
die niet stroken met het gangbare natuurwetenschappelijke
wereldbeeld.
Magisteria: gebieden waarover een bepaald leergezag geldt.
Mahatma’s: verheven zielen (Sanskriet).
Maharishi Mahesh Yogi: Indiase goeroe, stichter van de beweging
voor Transcendente Meditatie
Maieutiek: vroedvrouwkunde (Grieks).
Manicheërs: Volgelingen van Mani; wijd verspreide groep
gnostich denkende mensen.
Mantra: een magische klank waarop men zich concentreert tijdens
meditaties.
Ma'rifa: 'gerijpte' intuïtieve kennis verkregen door
ascese en meditatie (Sanskriet, Arabisch en Aramees).
Marijnissen, Jan: hedendaags Nederlands politicus horend
bij de Socialistische Partij.
Materialistisch-reduction(al)isme: stroming die stelt dat
de hele werkelijkheid terug te voeren is tot fysieke processen
op (sub)atomair niveau.
Maya: (bron van) de relatieve werkelijkheid die we waarnemen
(Sanskriet).
Maya’s: oorspronkelijke bewoners van een groot deel
van Midden-Amerika en erfgenamen van een oeroude beschaving.
McDonaldisatie:
uniformering van de cultuur, naar plat-Amerikaans model
Mededogen: morele betrokkenheid bij anderen.
Menchu, Rigoberta: Maya-activiste betrokken bij sociale hervormingen
in Guatemala. Nobelprijswinnaar.
Mestiezen: Latijns-amerikanen met gemengde Indiaanse en Europese
voorouders.
Metaforen: literaire vergelijkingen
Metafysica:
filosofische discipline die bestaat uit ontologie en wijsgerige
kosmologie. Deze term wordt ook wel gebruikt in de betekenis
van “studie van het bovennatuurlijke”, wat het
fysieke overstijgt.
Mevlana: ‘onze meester’, benaming voor Jalalu'l-Din-Rumi
(1207-1273), een beroemde mystieke dichter.
Milieu-spiritualiteit: spiritualiteit gericht op een optimalisering
van de verbanden tussen de mens het milieu.
Mise-en-accusatif: het plaatsen in de accusatief, i.c. de
objectsvorm.
Moeder
Teresa: van oorspong Albaneze rooms-katholieke non die
zich in Calcutta (India) ontfermde over zieke en stervende
daklozen.
Moksha: verlossing uit de kringloop der geboorten (Sanskriet).
Mono-cultureel: betrokken op, of voortkomend uit slechts
één cultuur.
Monotheïsme: stroming die stelt dat er slechts één
God bestaat.
Moraal: gedragscode, normen en waarden.
Mukti: verlossing uit de kringloop der geboorte (Sanskriet)
Multi-culturalisering: de integratie van veel culturen in
één cultuur.
Musa: Mozes (Arabisch).
Mutazilieten: Een sterk rationalistische maar ook erg dogmatische
tak van de islam.
Mystiek: streven naar eenwording of (besef van) eenheid met
het goddelijke of transcendente.
Mythe: verhalende overlevering die betrekking heeft op de
godsdienst en de wereldbeschouwing van een volk, verhaal van
mensen en goden. |
|
| |
|
|
|
| N |
|
Terug naar boven |
|
| |
|
Nag Hammadi: Egyptische stad bekend om de gnostische bibliotheek
die men er heeft aangetroffen.
Naïef realisme: denken dat de werkelijkheid is zoals
men haar zelf ervaart, voor-filosofisch denken.
Narcisme: ziekelijke eigenliefde.
Neoliberalisme: een economisch systeem dat gebaseerd is op
de maximalisatie van winsten, de minimalisatie van kosten
en de concurrentie van economische blokken.
Neurose: ongezonde omgang met een psychologisch probleem,
behandelbaar door psychotherapie.
New Age: verzamelnaam voor allerlei westerse beweging die
een renaissance bepleiten van occulte, spirituele en paranormale
tradities.
Niet-zintuiglijk: niet waarneembaar door middel van zintuigen
Niet-zijnde: datgene wat niet bestaat.
Nieuwetijdskinderen: bijzondere, vaak onbegrepen kinderen
die een voorbode zouden vormen van het Aquarius-tijdperk.
Niyama: gedragsregels (Sanskriet).
NLP: Neuro-Linguistisch-Programmeren = een benadering in
communicatie en hulpverlening, met veel strategieën,
waarbij wordt uitgegaan van een “programmeerbare”
cybernetische samenhang van lichaam en geest. In NLP is daarbij
alle ruimte voor een transpersoonlijke of spirituele benadering.
Nuh: Noach (Arabisch).
Numineus: bovennatuurlijk, goddelijk. |
|
| |
|
|
|
| O |
|
Terug naar boven |
|
| |
|
Objectiveren: benaderen van het object zelf, los van de subjectiviteit.
Occult: letterlijk: verborgen, verwijst doorgaans naar een
magische of mystieke onderstroom in de westerse spirituele
geschiedenis.
Omar Khayyam: Beroemd islamitisch dichter; het is de vraag
of hij als zodanig ooit bestaan heeft; zijn werk kan ook een
compilatie zijn van dat van meerdere auteurs.
Onthechting: loskomen of loslaten van iets waaraan men gehecht
is.
Ontologie: filosofische leer over de soorten zijnden en hun
onderlinge verhoudingen
Oosters-orthodox: behorend bij de oosterse kerken binnen
het christendom zoals met name de Grieks en Russisch orthodoxe
Kerk.
Openbaring: Aan de mens gegeven kennis van het goddelijke;
in het bijzonder: het door Johannes geschreven boek waarmee
de Bijbel eindigt.
Organisch: van nature voortvloeiend uit de ontwikkelingen
Orthodox jodendom: stroming binnen het jodendom die zoveel
mogelijk vasthoudt aan traditionele interpretaties van de
heilige schrift.
Osho: latere naam van Bhagwan Shree
Rajneesh.
Overlevingsstrategieën: strategieën die men toepast
om de kans op overleven zo groot mogelijk te maken. |
|
| |
|
|
|
| P |
|
Terug naar boven |
|
| |
|
Pak Moon dorp: dorp gebaseerd op boeddhistisch-socialistische
idealen.
Pantheon: alle goden binnen een bepaalde godsdienst (Grieks).
Paradigma: model van de werkelijkheid
Paradox: schijnbare tegenstelling
Paranormaal: parapsychologisch
Parapsychologie: wetenschap die zich bezighoudt met anomalieën
rond geest, ziel of bewustzijn die niet inpasbaar zijn binnen
de reguliere wetenschappen.
Patañjali: Indiase auteur van een klassiek handboek
over yoga.
Paulinische kerk: de kerk in de geest van de apostel Paulus:
theologisch, verstandelijk, wettisch, niet hierarchisch, maar
wel vrouw-onvriendelijk.
Pedagogiek: leer of wetenschap van het opvoeden
Perceptie: waarneming
Persona: masker, de persoon die men voorgeeft te zijn (Latijn)
Personalisme: stroming die uitgaat van de waarde of het belang
van het persoonlijke, bijvoorbeeld in het geval van persoonlijke
ziel of een persoonlijke godheid.
Petrische kerk: de kerk in de geest van de apostel Petrus:
een 'rots', een deugdelijke organisatorische basis, opgebouwd
als het Romeinse Rijk, dus sterk hierarchisch en nog bepaald
vrouw-onvriendelijk.
Phoos: Zie bij 'Adam Quadmon'.
Piek-ervaringen:
momenten waarop men zich extatisch voelt, een soort voorproefje
van een staat van spirituele verlichting.
Plotinus: Grieks fisosoof met gnostieke leer die in de islam,
met name de soefistische tak, veel aanhang vond.
Polariteit: tegenstelling
Polyfoon taalweefsel: veelstemmige tekst ("tekst"
staat etymologisch in verband met "textus" (lat.):
weefsel).
Politiek correcte: in overeenstemming met wat de meerderheid
aanvaardbaar of juist acht.
Polytheïsme: stroming die stelt dat er meer dan één
godheid bestaat.
Postmodernisme: filosofische en artistieke stroming die kritiek
levert op de modernistische gedachte dat de werkelijkheid
rationeel of wetenschappelijk te begrijpen valt.
Prânâyâma: beheersing van de ademhaling
(Sanskriet)
Pratyâhara: beheersen van de zinnen (Sanskriet)
Predestinatie: voorbestemming, leer dat alles precies gebeurt
zoals God het bedoeld heeft.
Pro-existentie: een voor elkaar kiezend bestaan, waardoor
men de onderlinge inter-dependentie of het op elkaar aangewezen-zijn
beseft
Profaan: niet-religieus.
Progressieve intelligentsia: vooruitstrevende intellectuelen
Projectie: het zonder reden toeschrijven van de eigen motieven
of belevingen op anderen.
Projectietheorie: verklaring van godsdienst vanuit de behoefte
aan zingeving en omgang met existentiële angsten.
Protectionisme: economische strategie waarbij men de eigen
belangen zoveel mogelijk veiligstelt.
Protestantisme: oorspronkelijk hervormingsbeweging binnen
het christendom die zich verzette tegen een gecorrumpeerde
rooms-katholieke Kerk.
Psychoanalyse: psychologische theorie en stroming, ontwikkeld
door onder meer Sigmund Freud, die o.a. veel waarde hecht
aan onbewuste emotionele drijfveren zoals seksualiteit en
agressie.
Ptath: Egyptische benaming van een schepper-God.
Purana's: religieuze Sanskriet teksten, geschreven tussen
400 v. Chr. tot 1000 n. Chr.
Psyche: Grieks woord voor ziel
Psychologie: eigenlijk leer van de ziel, wetenschap van gedrag
en beleving van mensen en andere dieren.
Pthath: Egyptische godheid die als de schepper gezien werd.
Pijnsensoren: zintuigen waarmee we pijn kunnen waarnemen |
|
| |
|
|
|
| Q |
|
Terug naar boven |
|
| |
|
Quantumfysica: natuurkunde die de processen op deeltjes (quanta)-niveau
bestudeert.
Quantumtheorie: theorie horend bij de quantumfysica.
Qur'an: Het heilige boek van de islam, vaak als "koran"
geschreven; deze schrijfwijze en uitspraak ligt dichter bij
het Arabisch. |
|
| |
|
|
|
| R |
|
Terug naar boven |
|
| |
|
Rabbi Hillel: joodse wijze uit de Romeinse tijd.
Rabindranath Tagore: Bengaalse spirituele dichter, nobelprijswinnaar.
Rama: hindoe naam voor God.
Rama-bhakta: iemand die toegewijd is aan Rama (God). (Sanskriet)
Ramakrishna: Indiaas spiritueel leraar (1836-1886).
Ramanama: bezing de naam van God (Sanskriet)
Ramayana: Indiaas heldenepos
Rebirthing: alternatieve therapievorm die werkt met ademhalingstechnieken.
Reiki: populaire alternatieve geneeswijze, afkomstig uit
Japan. Sterk verwant aan het westerse ‘paranormale genezen’.
Reïncarnatie: de wedergeboorte van een ziel of geestelijk
principe in een aards lichaam
Reïncarnatieonderzoek: vorm van parapsychologisch onderzoek
waarbij men met name jonge kinderen met spontane uitspraken
over mogelijke vorige levens bestudeert.
Relationeel denken: denken waarbij relaties prioriteit hebben
Reli-markt: aanbod uit allerlei religieuze tradities die
men naar believen met elkaar kan combineren.
Reli-tainment: religieus vermaak.
Renaissance: De tijd waain in West-Europa de klassieke Griekse
en Latijnse geschriften herontdekt werden.
Retoriek: redenaarskunst, vaak in negatieve zin gebruikt
Rishi's: zieners (Sanskriet)
Rita: kosmisch evenwicht (Sanskriet) |
|
| |
|
|
|
| S |
|
Terug naar boven |
|
| |
|
Sab-meñ Rama: zie God in alles en in allen (Sanskriet)
Saha Dhamma Netwerk: netwerk van Dhamma-socialistische coöperaties
Samâdhi: bovennatuurlijk bewustzijn (Sanskriet)
Sanga: gemeenschap van boeddhisten.
Sanyassin: volgeling van Osho.
Sanjaya: overwinning (Sanskriet).
Santosa: wees tevreden met wat je hebt en bekritiseer anderen
niet (Sanskriet)
Sartre, Jean-Paul: bekende Franse existentiefilosoof en literator
Satya: waarachtigheid (Sanskriet)
Scheppingsafhankelijkheid: erkenning dat de mens afhankelijk
is van (de rest van) de schepping.
Schitterend ongeluk: aanduiding voor een materialistische
theorie volgens welke de mens volkomen toevallig is ontstaan,
hoe schitterend hij ook mag zijn.
Schouwen: geestelijk waarnemen
Sekte: recente religieuze groepering die afwijkt van de hoofdstroom
van al langer bestaande religies. Veel religies zijn als sektes
begonnen.
Sri: Indiase titel die eerbied aanduidt.
Seculariseren: losmaken van godsdienst of religieuze verbanden
Shanti May: westerse vrouwelijke goeroe. Verkondigt vooral
leringen ontleend aan de oosterse traditie.
Shapira: Aramees (de taal van het Evangelie) voor 'rijp',
'goed', 'zalig' en 'heilig'.
Sharing: het delen van gevoelens, ervaringen of spirituele
expressies in een groep
Shauch: reinheid van lichaam en geest (Sanskriet)
Signifiance/Betekening: het proces van betekenisgeving.
Sila: gedragsnorm (Sanskriet).
Sji'ieten: Stroming in de islam waarin de opvolging van de
Profeet door het erfrecht geregeld dient te worden.
Sociaal-democratie: democratische vorm van socialisme
Sociale cohesie: maatschappelijke samenhang, mate waarin
mensen zich met elkaar verbonden voelen in een bepaalde buurt,
woonplaats, land, etc.
Soefisme: mystieke stroming binnen en buiten de islam.
Software: programmatuur in een computer.
Solidaridad: interkerkelijke organisatie ter ondersteuning
van projecten in het kader van ontwikkelingssamenwerking.
Soennieten: Stroming in de islam waarin de opvolger van de
profeet door de gemeenschap gekozen wordt.
Solidariteit: morele en sociale verbondenheid met wezens
in nood.
Sophia: volgens de gnostiek de vrouwelijke metgezel van God,
ook wel geïdentificeerd met de Heilige Geest.
Sparringpartners: partners met wie men traint om zijn krachten
te vergroten.
Spirit: Engels voor geest.
Spiritisme: religieuze beweging die communicatie met overledenen
voorstaat.
Spiritualiteit:
elke mogelijke vorm van relatie met het hogere of geestelijke
in of buiten de mens.
Spirituele ecologie: een ecologie die meerdimensionaal is
en zich niet beperkt tot een materieel-biologische laag.
Spiritueel Quotiënt: cijfer waarmee men de mate van
spirituele ontwikkeling kan uitdrukken.
Splendid isolation: toestand waarin men zich doelbewust isoleert
van de buitenwereld, omdat dit voordelig zou zijn voor het
eigen welzijn of veiligheid.
Sterfbedvisioen: visioen van een stervende of mensen aan
het sterfbed, die lijkt te wijzen op een glimp van een hiernamaals.
Gaat dikwijls gepaard met beelden van geliefde overledenen,
engelachtige wezens of een prachtige andere wereld.
Stiltecentrum: centrum waarin men zich kan terugtrekken en
bezinnen
Subjectiveren: benaderen vanuit de subjectieve beleving
Subjectivisme: stroming die stelt dat elke beleving of conceptualisering
van de werkelijkheid strict subjectief is.
Sulak Sivaraksa: Thaïs-boeddhistische mensenrechtenactivist.
Stichter van International Network of Engaged Buddhists.
Super-Ego: psychoanalytische term voor een beoordelende instantie
in de mens (gevormd door geïnternaliseerde sociale oordelen),
die doorgaans bekend staat als het geweten.
Symbiose: letterlijk: samenleven, relatie waarbij men zodanig
met elkaar versmelt, dat de grenzen tussen de partners vervagen.
Sura: hoofdstuk van de Qur'an.
Synchroniciteit: zinvol toeval, term van Carl Gustav Jung.
Syncretisme: mengvorm van diverse religies of geestesstromingen.
Synergie: het geheel is meer dan de som van zijn delen.
Synthese: vereniging van verschillende
thesen of opvattingen.
Systeemwetenschappen: wetenschappen die systemen bestuderen,
bijvoorbeeld organismen of organisaties. |
|
| |
|
|
|
| T |
|
Terug naar boven |
|
| |
|
Tai Chi: Chinees stelsel van oefeningen gericht op de beheersing
van “chi” (levenskracht).
Tantra: van oorsprong Indiaas stelsel van spirituele oefeningen
gebaseerd op het gebruik van alle natuurlijke neigingen van
de mens, inclusief de seksualiteit.
Taoïsme: mystieke richting binnen de klassieke Chinese
filosofie.
These: stelling, theorie
Thich Nhat Hanh: hedendaagse Vietnamese boeddhistische monnik
bekend om zijn pleidooien voor de vrede.
Thomas Evangelie: apocrief evangelie met gnostische inslag.
Totalitair: het hele maatschappelijke (en privé-)leven
omvattend en bepalend.
Traitvâda: hindoe denkrichting die uitgaat van drie
eeuwige entiteiten: Ishvara, jiva en prakriti (God, de ziel
en materie) (Sanskriet).
Trance-oefeningen: oefeningen om in een trance, een veranderde
bewustzijnstoestand te raken.
Transcendent: overstijgend.
Transcendentaal: gezuiverd.
Transcendente Meditatie: mentale techniek gericht op het
verkrijgen van een zuiver bewustzijn.
Transparant Europa: Nederlandse partij die pleit voor zoveel
mogelijk transparantie in de Europese politiek
Transpersoonlijke psychologie: psychologie die rekening houdt
met ervaringen, waarbij de grenzen van de
persoonlijkheid worden overschreden, zoals paranormale en
spirituele ervaringen. |
|
| |
|
|
|
| U |
|
Terug naar boven |
|
| |
|
Uittreding: ervaring waarbij men de indruk heeft geestelijk
zijn lichaam te verlaten.
Ulama: gemeenschap van islamitische geleerden.
Ummajaden: de economische machthebbende clan in Mekka ten
tijde van de profeet Mohammed.
Unigenitus (Latijn): Enig-geboren, Eerst-geboren Zoon (van
God); in de gnostiek: 'Als eenheid geboren', dus niet in 'dubbelheid',
maar als 'Eenling'.
Universele liefde: liefde voor alles wat leeft of bestaat.
Upanishads: klassieke commentaren op de Veda’s.
Ur-Faust: vroeg werk van de Duitse schrijver Goethe, pas
na zijn dood ontdekt. Later door Goethe gebruikt voor het
eerste deel van de bekende Faust. |
|
| |
|
|
|
| V |
|
Terug naar boven |
|
| |
|
Vairagya: leef in eenvoud en in overgave aan Rama (God,
de Heer) (Sanskriet).
Valentinus: Vroeg-christelijk gnosticus in Alexandrië;
schreef 'Het Evangelie der Waarheid".
Veda’s: oeroude heilige geschriften van de hindoes
Vedische traditie: traditie van de Veda’s.
Veganisme: vorm van vegetarisme waarbij men ook zoveel mogelijk
afziet van gebruik van producten van levende dieren, doorgaans
uit ethische motieven.
Vegetarisme: het afzien van producten afkomstig van gedode
dieren, meestal om ethische redenen.
Verlichting: aanduiding voor verlossing uit duisternis, zowel
in de mystieke zin (hereniging met het goddelijke) als in
rationele zin (verlossing van bijgeloof en onwetendheid).
Verticaal gezichtspunt: perspectief van boven naar beneden
of van beneden naar boven.
Vidyâ: verwerven van kennis (Sanskriet)
Vissentijdperk: tijdperk voorafgaand aan het Aquarius-tijdperk
dat gekenmerkt werd door eigenschappen toegeschreven aan het
zonneteken Vissen.
Vitaal gemoedsbeleven: dat deel van ons innerlijk dat betrekking
heeft op vitale functies, zoals honger, kou, wellust, pijn,
etc.
Vrijdenker: iemand die alleen verstand en ervaring aanvaardt
als bron van kennis. Vaak gelijkgesteld aan materialist (iemand
die alleen gelooft in het bestaan van het tastbare).
Vrijmetselarij: westerse occulte stroming gericht op spirituele
bewustwording. |
|
| |
|
|
|
| W |
|
Terug naar boven |
|
| |
|
Watermantijdperk: ander woord voor Aquarius-tijdperk
Werken-in-flow:
steeds weer kiezen voor een optimale voorbereiding, om topprestaties
te leveren en zodanig opgaan in werk, dat de ego-grenzen van
tijd en ruimte vervagen en worden overstegen.
Wilber,
Ken: invloedrijke hedendaagse transpersoonlijke psycholoog
Woord: bijbelse aanduiding voor Jezus
Wu-wei: daadloosheid, aanvaarding van de werkelijkheid. |
|
| X |
|
Terug naar boven |
|
| Y |
|
Terug naar boven |
|
| |
|
Yama: ethiek en moraal (Sanskriet)
Yang: mannelijk principe in de Chinese filosofie, staat tegenover
yin
Year Zero: aanduiding voor het jaar 2012, dat volgens de
profetieën van de Maya’s een wereldwijde omwenteling
zal brengen.
Yin: vrouwelijk principe in de Chinese filosofie, staat tegenover
yang.
Yoga: eigenlijk Indiaas spiritueel systeem gericht op Verlichting.
In de praktijk bedoelt men vaak alleen de lichamelijke of
mentale oefeningen horend bij dit systeem.
Yusuf: Jozef (Arabisch). |
|
| |
|
|
|
| Z |
|
Terug naar boven |
|
| |
|
Zelf: datgene wat iemands persoonlijke identiteit uitmaakt.
Zelf-assertie: opkomen voor zichzelf
Zelf-Kern: de spirituele essentie van de mens, waarin hij
verbonden is met het Al.
Zelfreflectie: nadenken over zichzelf
Zelfverwerkelijking:
psychologische, maatschappelijke of spirituele verwerkelijking
van iemands mogelijkheden.
Zen: boeddhistische spirituele traditie, oorspronkelijk afkomstig
uit Japan.
Ziel: de geestelijke, niet-lichamelijke kant van bijvoorbeeld
mensen en dieren.
Zintuiglijk gemoedsbeleven: deel van het innerlijk leven
dat te maken heeft met de verwerking van zintuiglijke indrukken.
Zondeval: Volgens de christelijke leer het feit dat Adam
'tot zonde verviel' en daarin zijn erfgenamen meenam in wat
'de erfzonde' wordt genoemd. Volgens de gnostiek het feit
dat de ziel 'afdaalt' naar de aarde en daar 'vervalt tot'
een mens met een materieel lichaam.
Zoon: Tweede “Persoon” van de Heilige Drieëenheid,
volgens de Rooms-Katholieke leer.
Zoroaster ofwel Zarathustra: Perzische mysticus en filosoof
met veel volgelingen.
Zweethutceremonie: meestal westerse ceremonie ontleend aan
sjamanistische rituelen van Noord-Amerikaanse Indianen
Zijnde: entiteit, iets wat bestaat |
|
Voor u gelezen in de media en geweblogd via psychologie-nu.blogspot.com:

|
Beschrijvingen zelfhulpboeken
- Jezelf worden en
zijn, zelfvertrouwen, in balans zijn
- Vrijheid
en innerlijke bevrijding
- Verslaving:
algemeen, roken en gokken
- Geluk(kig
worden)
- Emoties: depressie, angst, (werk)stress
en burnout;
jaloezie, woede,
ruzie en agressie
- Verlies, verdriet en zelfdoding
- Relaties: liefde, eenzaamheid en scheiding, poëzie, man-vrouw
verschillen
- Therapie kiezen
- Voor en
tegen alternatieve geneeswijzen
|
Andere boekbeschrijvingen:
|
|
|
Populaire
weblog
onderwerpen:
|