| Jezelf de kanker smeren door Marcel
Roele
Ieder jaar sterven
zo’n vijfhonderd Nederlanders aan huidkanker en wordt
bij ongeveer 25.000 Nederlanders huidkanker geconstateerd.
Zestig jaar geleden was huidkanker een zeldzame ziekte, maar
zij is sindsdien in de hele westerse wereld steeds algemener
geworden. De laatste twintig jaar verdubbelt wereldwijd iedere
tien jaar het aantal gevallen van huidkanker bij blanken (zwarten
hebben dankzij hun huidkleur een natuurlijke bescherming tegen
huidkanker). De ziekte is het algemeenst in het Australische
Queensland: tien procent van de mannen die in de zestig zijn
heeft huidkanker of is daarvoor behandeld.
Australiërs smeren zich een ongeluk om hun tere huid
te beschermen tegen UV-straling van de zon. Jaarlijks jagen
ze er meer dan een half miljoen liter zonnebrandcrème
doorheen. Ook in Nederland is de afgelopen decennia het gebruik
van zonnebrandcrèmes enorm toegenomen. Hoe is het mogelijk
dat we onszelf steeds beter beschermen tegen schadelijke zonnestralen
en toch een steeds groter risico op huidkanker lopen? Speelt
een andere factor misschien een rol bij de recente toename
van het aantal gevallen van huidkanker? Bijvoorbeeld nieuwe
chemische stofjes waaraan onze huid sinds enkele tientallen
jaren wordt blootgesteld. In ieder land blijkt er een perfect
statistisch verband te bestaan tussen het aantal gevallen
van huidkanker en de consumptie van zonnebrandcrèmes.
Volgens de Engelse bioloog Robin Baker moeten we er serieus
rekening mee houden dat de chemicaliën in de zonnebrandcrèmes
het risico op huidkanker wel eens zouden kunnen verhogen.
In onze opperhuid zitten drie soorten cellen die kankergezwellen
kunnen vormen: de basaalcellen (het basismateriaal van de
huid), de plaveiselcellen (die de huid structuur geven) en
de melanocyten (die de rode en bruine pigmenten maken die
onze huid haar kleur geven). Kanker van de basaalcellen en
de plaveiselcellen zijn de twee meest voorkomende huidkankertypes,
maar gelukkig zaaien de gezwellen zelden uit. Tien procent
van de huidkankers zijn kanker van de melanocyten, maar deze
zogenaamde melanoma’s zaaien wel makkelijk uit en veroorzaken
driekwart van de sterfgevallen aan huidkanker. Als een melanoom
voor uitzaaiing wordt ontdekt, is de genezingskans bijna honderd
procent, maar als de diagnose te laat wordt gesteld, is de
kans dat de patiënt na vijf jaar nog in leven is slechts
zes procent. Alle drie vormen van huidkanker komen steeds
vaker voor. De basaalcel- en plaveiselcelcarcinomen waren
vroeger typische bejaardenziekten, maar slaan nu ook op jongere
leeftijd toe.
Van zonlicht kun je huidkanker krijgen – dat staat
als een paal boven water. Het zichtbare licht (met een golflengte
van 400 tot 800 nanometer (nm)) is onschadelijk. Licht met
een lagere golflengte is ultraviolet (UV) en kan kwaad doen
– vooral naarmate de golflengte lager is. Voor het gemak
deelt men UV-straling in drie types in: UV-C (100-280 nm),
UV-B (280-315 nm) en UV-A (315-400 nm), maar dat is een simplificatie:
straling van 320 nm is heel wat schadelijker dan van 395 nm,
hoewel beide golflengten tot het type UV-A worden gerekend.
Licht met een lage golflengte maakt van alles kapot in huidcellen,
maar het gevaarlijkst is de schade die wordt berokkend aan
de genen. Bepaalde genen hebben de taak kanker te voorkomen
– en als zij door UV-straling worden uitgeschakeld,
kan de cel gaan woekeren.
We hebben een natuurlijke afweer tegen UV-straling: de melanocyten
maken bruin pigment dat als een parasolletje de huidcellen
beschermt. Mochten cellen toch worden beschadigd, treedt een
tweede verdedigingsmechanisme in werking: vervellen. Ons lichaam
gooit cellen weg die zich tot kankergezwel zouden kunnen ontwikkelen.
Roodharigen kunnen praktisch niet bruin worden en bij gebrek
aan natuurlijke bescherming tegen UV-straling lopen zij een
tien keer groter risico op huidkanker dan andere blanken.
Maar zelfs een goede natuurlijke bescherming faalt wanneer
we te vaak in de zon komen. Zo komen kanker van de basaal-
en plaveiselcellen vooral voor bij mensen die in de buitenlucht
werken (tuinders, vissers en bouwvakkers) en ontstaan zij
meestal op lichaamsdelen die regelmatig zijn blootgesteld
aan de zon (gezicht, handen en nek). De gevaarlijkste huidkankers
(melanoma’s) komen juist het meest voor bij mensen die
de hele dag binnen zitten en wel op die lichaamsdelen (romp
en benen) die zij zelden ontbloten. Men vermoedt dat huid
die niet gewend is aan de zon bij incidentele dagjes op het
strand een fatale opdoffer heeft gekregen, met melanoma’s
als gevolg. Zonnebaden is dus een beetje als het lopen van
een marathon: je moet het niet iedere dag doen en er getrained
aan beginnen.
Het gevaar van een zonnebad hangt af van de golflengte van
het licht. Achter de geraniums zul je nooit verbranden, want
het vensterglas houdt UV-C en UV-B tegen. Zelfs op het stoepje
is er nauwelijks UV-C, want de ozon en de waterdamp in de
lucht filteren bijna alle UV-C uit het zonlicht. UV-B heeft
ook weinig kans om de huid te bereiken als het zonlicht een
lange weg moet afleggen – in de winter of op zomerochtenden
en –avonden wanneer de zon laag staat. ’s Zomers,
dicht bij de evenaar of bovenop een berg vang je veel UV-B.
Op een heldere Nederlandse zomerdag valt er rond het middaguur
tien keer meer UV-B op de huid als op een even wolkeloze winterdag
op hetzelfde tijdstip. Bij een zomers zonnebad op de Canarische
eilanden wordt de huid aan twee keer zoveel UV-B blootgesteld
als op een hete middag aan het Zandvoortse strand.
Eigenlijk hoort een bleekscheet niet op een zuidelijk strand
thuis. Noordelijke types die toch per se op het strand willen
bakken, bezoeken voor hun vakantie solaria om alvast een ‘gezond’
bruin kleurtje op te doen en aldus te voorkomen dat ze op
de Costa’s er al snel als een kreeft uitzien. De ouderwetse
hoogtezon gaf veel UV-B, waardoor je er maar heel kort onder
kon liggen zonder te verbranden. De moderne zonnebank bevat
UV-lampen die selectief UV-A stralen. Je kunt er een eeuw
onder bruinen zonder dat je verbrandt. Maar de gigantisch
hoge doses UV-A waaraan je genen worden blootgesteld, kunnen
het risico op huidkanker vergroten.
Wie met een melkbleke huid het strand betreedt, wordt geadviseerd
zich flink in te smeren. Roodharigen, helblonden en kinderen
dienen zonnebrandcrèmes met beschermingsfactor 30 te
gebruiken. Donkerharige blanken hebben genoeg aan factor 10.
De factor geeft aan hoeveel langer iemand in de zon kan verblijven
zonder te verbranden. Wie zonder enige bescherming na een
half uur zou verbranden, houdt het onder een flinke laag crème
van factor 12 zes uur lang uit (namelijk 12 maal een half
uur). De crèmes bevatten chemicaliën die zich
aan de huid hechten en UV-straling opvangen. Maar hoe veilig
is het om je huid bloot te stellen aan deze stoffen?
Onze huid absorbeert veel van de chemicaliën waarmee
zij in aanraking komt, vandaar dat pijnstillers of nicotine
met een pleister kunnen worden toegediend. Sommige stofjes
kun je maar beter niet gedurende langere tijd regelmatig op
je huid hebben, zoals teer, asfalt, paraffine en allerlei
petroleumachtige producten. Dit lijstje breidt zich langzaam
uit. In de jaren zeventig zat in babyzeep en talk vaak hexachlorofeen;
later bleek dit spul hersenschade te kunnen veroorzaken. Tot
1991 bevatten sommige huidverzorgingsproducten urocaanzuur
dat uiteindelijk werd verboden omdat het mogelijk huidkanker
veroorzaakt. Psoralen zitten in Europese zonnebrandcrèmes
maar zijn wegens mogelijke kankerverwekkende eigenschappen
verboden in de VS. Eén van de meest algemeen gebruikte
UV-B blokkers in zonnebrandcrèmes en lipbalsems is
padimaat-O, dat onder invloed van zonlicht een chemische reactie
aangaat waarbij vrije radicalen ontstaan. Van vrije radicalen
is bekend dat ze het DNA kunnen beschadigen wat tot kanker
kan leiden. Enerzijds voorkomt padimaat-O schade aan het DNA
door UV-straling, maar anderzijds veroorzaakt padimaat-O schade
aan het DNA door vrije radicalen. Valt dit nadeel in het niet
bij het voordeel of raakt de regelmatige smeerder van de regen
in de drup?
De eventuele schadelijkheid van zonnebrandcrèmes werd
traditioneel vastgesteld door kunstmatig kale muizen onder
een zonnekanon te leggen. De bioloog Robin Baker plaatst vraagtekens
bij de waarde van de muis als proefmodel voor de mens. Muizen
zijn van nature tegen de zon beschermd door hun vacht en hun
levenswijze: ze zijn vooral ’s nachts actief en zoeken
overdag de schaduw. Hun huid is er absoluut niet op gemaakt
om aan UV-straling te worden blootgesteld. Binnen enkele weken
nadat het diertje een onvrijwillig zonnebad heeft genomen,
krijgt het huidkanker. Zelfs wanneer we in aanmerking nemen
dat alles in een muizenleventje in een hoge versnelling verloopt
(de beestjes zijn binnen een paar jaar versleten), is dat
vlug. Geen wonder dat de baten van een zonnebrandcrème
op een muizenhuidje relatief zwaar wegen. Voor ongeduldige
wetenschappers en voor de cosmetische industrie die een nieuw
product snel op de markt wil hebben is dat prettig, maar Robin
Baker plaatst vraagtekens bij de waarde van de muis als proefmodel
voor de mens. Voor het onderzoek naar melanoma’s (de
gevaarlijkste huidkankers) en middelen om die te voorkomen
zijn muizen helemaal waardeloos, want het is nog nooit gelukt
om muizen melanoma’s te bezorgen. Het oordeel over mogelijke
schadelijke effecten van zonnebrandcrèmes voor mensen
is aan de hand van muizenonderzoek extra moeilijk te vellen
omdat de absorptiekenmerken van de knaagdierenhuid volkomen
verschillend zijn van die van de mensenhuid.
Een andere onderzoeksmethode is om aan huidkankerpatiënten
te vragen hoe vaak ze als kind door de zon zijn verbrand en
of ze in hun jeugd braaf smeerden. De antwoorden worden vergeleken
met die van mensen die geen huidkanker hebben. Is het een
wonder dat huidkankerpatiënten, die geleerd hebben dat
zonnebrand slecht en crème goed is, menen zich te herinneren
jeugdzonden te hebben bedreven jegens de ver- en geboden van
de sproetenbusbrigade? Robin Baker concludeert in zijn boek
Fragile Science dat het bewijsmateriaal in huidkankeronderzoek
op drijfzand is gebouwd. Men zou van jongsafaan kinderen intensief
moeten volgen en hun blootstelling aan de zon en hun smeergedrag
moeten relateren aan het ontstaan van kanker tientallen jaren
later – maar dergelijk onderzoek is nog niet verricht.
Mensen die kunstmatige geur-, kleur- en smaakstoffen in hun
voedsel mijden als de pest en per se zo natuurlijk mogelijk
willen eten, smeren ijskoud een flacon vol chemische prut
op hun huid en die van hun baby. Ze realiseren zich klaarblijkelijk
niet dat kankerverwekkende chemicaliën net zo makkelijk
via de huid als via maag en longen het lichaam binnenkomen.
Er is geen enkel bewijs dat zonnebrandcrèmes huidkanker
veroorzaken; anderzijds is er ook geen bewijs dat ze veilig
zijn. Waarom zou je een risico nemen, vraagt Robin Baker zich
af. Bouw van kinds af aan een natuurlijk kleurtje op door
regelmatig buiten te zijn, mijd solaria (die bieden een onnatuurlijke
verhouding tussen UV-A en UV-B waaraan de huid niet is aangepast),
bescherm jezelf en de kleintjes tegen felle zon door in de
schaduw te zitten, een zonnehoed op te zetten, iets aan in
plaats van uit te trekken en een parasol te ontvouwen. |