| Riekje
Boswijk-Hummel beschrijft haar laatste inzichten over
machtsstrijd bij het uitkomen van de zesde druk van Ruzie:
Ruzies zijn eigenlijk heel eenvoudig. Het komt erop neer
dat de ene partij aanvalt en dat de andere zich verdedigt.
Die verdediging echter, bestaat goed beschouwd ook uit een
aanval, meestal een ontkenning, die weer een verdediging opwekt
waarin ook weer een aanval ligt besloten enzovoort. Kortom:
de een verwijt de ander en de ander beschuldigt de een en
ga zo maar door.
Het wonderlijke is dat mensen die ruzie maken vrijwel altijd
het gevoel hebben dat ze zich verdedigen. Ze voelen zich geen
‘aanvallers’, maar verdedigers en hebben daardoor
ook niet het gevoel dat zij de ruzie maken, maar dat de andere
partij dat doet. Zij voelen zich gedwongen of uitgedaagd om
zich te verdedigen doordat de ander hen keer op keer aanvalt.
Dat hun verdediging of ontkenningen ook steeds weer aanvallen
inhouden realiseren ze zich niet. Dat zij daardoor ook in
staat zijn om de ruzie te beëindigen evenmin.
Dat komt, omdat ruziënde mensen ervan uitgaan dat je
ruzies alleen maar kunt beëindigen door ze ‘uit
te vechten’, dat wil zeggen: door te winnen (of ‘gelijk’
te krijgen). Maar elke ‘winst’ wordt altijd weer
aangevochten door een beschuldiging en elk ‘gelijk’
wordt gepareerd door een ontkenning. Een behaalde winst kan
‘betaald gezet’ worden door een dagen- of zelfs
wekenlange bestraffing door de verliezer (die zich overigens
meestal helemaal niet bewust is van het feit dat hij straft);
een eventueel gelijk kan zelfs na weken of maanden nog onderuit
gehaald worden als de gelegenheid zich maar enigszins voordoet
(“Zie je wel, ik zei toch al..”).
Machtsstrijden eindigen niet. Ook als ze zijn gewonnen gaan
ze gewoon door, want niemand wil leven in een hiërarchie;
niemand wil een verliezer zijn en een winnaar tegenover zich
hebben. Zeker wanneer een relatie op basis van liefde of kameraadschap
is gestart zal iedere poging om een hiërarchie in te
voeren op weerstand wijken en die weerstand zal nooit overgaan.
Ruzie maken heeft dus geen enkele zin.
Maar waarom maken mensen dan ruzie? Waarom gaan ze er eindeloos
mee door en stoppen ze niet direct bij de eerste verdediging?
Dat komt omdat er onder de ruzie een behoefte ligt, namelijk
de behoefte om gehoord of gezien te worden. Beschuldigingen
en verwijten bevatten bij nadere beschouwing altijd mededelingen
die je gobaal kunt samenvatten als: ‘kijk eens naar
mij; zie eens wat er met mij aan de hand is’. Deze mededelingen
zijn echter altijd zodanig geformuleerd dat ze de ander pijn
doen en daardoor is de ontvanger van de beschuldiging of het
verwijt niet in staat om te kijken.
Beschuldigingen en verwijten kun je beschouwen als verwarde
pogingen om jezelf te laten zien. Verward, omdat er niet wordt
gezegd: “kijk eens naar mij; ik ben zo bang (of boos,
verdrietig of wat dan ook)”, maar: “jij deugt
niet omdat je mij bang (boos, verdrietig of wat dan ook) hebt
gemaakt”. De mededeling over jezelf wordt dus verpakt
in een beschuldiging of een verwijt aan het adres van de ander.
Door de pijn die die beschuldiging of dat verwijt doet, is
de ander absoluut niet in staat om aandacht te hebben voor
de wat je eigenlijk wilt zeggen. Integendeel: hij reageert
ogenblikkelijk op dezelfde manier: hij geeft op dezelfde verwarde
manier aan dat de beschuldiging of het verwijt hem pijn doet.
Deze pijn heb ik in mijn boek Ruzie de motor van
de ruzie genoemd. Wie pijn heeft kan geen aandacht opbrengen
voor de ander. Hij kan niet kijken en luisteren. Wie pijn
heeft, reageert doorgaans ogenblikkelijk door de ander op
zijn beurt pijn te doen. Hoe meer pijn, deste harder de motor
van de ruzie draait.
Hoe de motor van de machtsstrijd wordt aangezet en hoe hij
kan worden uitgezet beschrijf ik gedetailleerd in het boek
Ruzie, dat een dezer dagen zijn 6e druk beleeft.
In deze 6e druk is een uitgebreid nawoord opgenomen waarin
ik mijn nieuwste inzichten omtrent het ontstaan en met name
het verdwijnen van boosheid en verdriet beschrijf. Ik maak
duidelijk dat het beëindigen van de machtsstrijd alles
te maken heeft met het aanvaarden en respecteren van de twee
soms totaal verschillende werkelijkheden van de ruziënde
partners. Dat is heel iets anders dan wat gebruikelijk is
bij machtsstrijden: door de eigen werkelijkheid het aureool
van ‘het gelijk’ te geven wordt getracht de werkelijkheid
van de ander weg te vagen. |