| |
Emma
Brunt bespreekt in HP/de Tijd van 19 november 2004 2 boeken
van het echtpaar Jones-Hanauer
Het onbegrip tussen de seksen wordt als iets
van alle tijden beschouwd. Maar moderne mannen blijken juist
veel met vrouwen gemeen te hebben.
Bij de meeste diersoorten is het zo geregeld dat man en vrouw
na de paringsdaad nogal bruusk uit elkaar gaan, of in ieder
geval slechts kortstondig -of zijdelings, op gepaste afstand-
met elkaar blijven verkeren. Bij mensen ligt dat anders, want
als die jongen krijgen, zitten ze er voor zo'n jaar of twintig
aan vast. En niet alleen aan dat belachelijk hulpeloze kroost,
dat op eigen kracht nog geen ligakoekje kan verschalken, maar
ook aan elkaar, want de zorg voor een nest kinderen is gewoon
te zwaar voor één persoon. Het kan wel, zoals
menig alleenstaande ouder bewijst, maar een cultureel ideaal
zal het nooit worden.
Een al dan niet traditionele gezinsconstellatie lijkt de meest
voor de hand liggende oplossing, maar jammer genoeg is dat
in de praktijk ook zelden ideaal. Niet voor niets eindigt
één op de drie huwelijken in een echtscheiding,
alle romantische verwachtingen ten spijt. Soms vraag je je
af of de evolutie ons een wrede poets heeft gebakken, door
al die paarlustigen tot levenslange coëxistentie met
iemand van de andere sekse te veroordelen. Met een alien dus
eigenlijk, want als je mannen en vrouwen over elkaar hoort
praten - in de kroeg of bij Dr.
Phil - bepaalt onbegrip de toon en regent het klachten.
Tot op zekere hoogte is dat verschijnsel van alle tijden,
maar door toedoen van de vrouwenemancipatie heeft het gemor
een moderne, stereotiepe wending genomen. Het gaat tegenwoordig
vooral over de taakverdeling, over de ongemakkelijke combinatie
van gezinsverplichtingen en werk buitenshuis, en daar bestaat
geen pasklaar model voor. Werkende moeders zijn naar eigen
zeggen `altijd moe', en vitten dat mannen niet genoeg doen
in het huishouden. Maar de vaders voelen zich ook overvraagd
en miskend, want mannen verdienen doorgaans het leeuwendeel
van het inkomen, vinden zelf dat ze `heus hun best doen om
mee te helpen', en krijgen dan als dank te horen dat ze het
aanrecht hebben afgenomen met het verkeerde wafeldoekje. Dat
komt de harmonieuze verhoudingen natuurlijk niet ten goede,
en de seks evenmin.
Het stramien van deze impasse is inmiddels
vertrouwd. Wat heet, je wordt ermee doodgegooid, zodat ik
mijn hart vasthield toen ik twee boeken onder ogen kreeg waarin
beide partijen voor de zoveelste keer hun zegje mogen doen.
Dat van de Amerikaanse Cathi Hanauer was er het eerst. Vorig
jaar verscheen de Nederlandse vertaling van de 26 `eerlijke
verhalen' die op haar initiatief werden geschreven en gebundeld,
onder de titel De bitch in huis: een compilatie van
eigentijds vrouwenleed. Met thema's als seks, eenzaamheid,
werk, single-zijn, huwelijk en moederschap. Waarop haar echtgenoot,
Dennis Jones, zich kennelijk niet onbetuigd wilde laten en
27 mannen uitnodigde om hun visie op het (samen)leven te boekstaven,
wat resulteerde in de recente bundel Vent op de bank.
En ook daarin gaat het uiteraard weer over de liefde, verbroken
relaties, vaderschap en vrijheid.
Het omslag dat uitgeverij Archipel voor beide bundels koos
- schreeuwerige kleuren, koeien van letters - wekte ook niet
bepaald vertrouwen in het serieuze gehalte van deze dubbele
salto, maar al gauw bleek hoe onterecht dat was. Hanauer en
Jones zijn allebei afkomstig uit de journalistiek, en dat
is te merken, want de fascinerende, ontroerende en soms hilarische
diversiteit aan uit het leven gegrepen verhalen die ze bij
elkaar hebben gesprokkeld, getuigt van voorbeeldig vakmanschap.
En waarschijnlijk ook van een interessant rijtje namen in
hun respectieve agenda's, want je krijgt de indruk dat ze
voornamelijk hebben geput uit hun eigen kennissenkring.
De mannen en vrouwen van hun keuze komen eveneens uit de wereld
van de literatuur en de journalistiek, en dit selecte groepje
scribenten houdt zich verre van clichés en platgetreden
paden. Dat is natuurlijk in de eerste plaats hun eigen verdienste,
maar het zal ook te maken hebben met het vertrouwen dat hun
openhartige ontboezemingen bij Hanauer en Jones in goede handen
zijn. Vrijwel elke bijdrage heeft het ontwapenende karakter
van een intiem gesprek onder vrienden – zo een waarbij
je niet bang hoeft te zijn dat je op zwakheden zult worden
betrapt en afgerekend. Bijna, roekeloos gaan de confidenties
over tafel. En niemand houdt zich groot of doet zich deugdzamer
voor dan hij is.
Van de vrouwelijke deelnemers in Hanauers bundel had ik dat
trouwens wel verwacht, min of meer, want vrouwen vinden het
niet onaangenaam om zichzelf bloot te geven in semi-therapeutische
praatsessies met vriendinnen. Introspectie is een van hun
meest gelief de tijdpasseringen. Al getuigt het natuurlijk
van lef om dat ook in het openbaar te doen, op schrift. Maar
mánnen?!
Het vooroordeel dat mannen dat niet zouden kunnen - of durven
- zit kennelijk diep, en niet alleen bij mij, want toen Hanauer
en Jones de tweede bundel aan het voorbereiden waren, zei
iedereen in hun omgeving dingen als: "Mannen zijn niet
geïnteresseerd in zelfonderzoek en nieuwe inzichten."
"Mannen denken niet na." "Mannen hebben geen
innerlijk leven." "Mannen zijn saai." "Mannen
willen, alleen maar tv-kijken en de krant lezen.'
Niets is minder waar, bleek tot mijn verrassing.
Integendeel zelfs, want sommige vrouwen -niet veel gelukkig-
neigen toch nog een beetje naar het politiek correcte, feministische
standpunt, al is het maar even. "Geluk is uiteindelijk
een evenwicht," preekt een gelouterde oma, op zalvende
toon. "Ik hoop dat de jonge vrouwen van onze rijke wereld
manieren vinden om evenwicht te vinden in hun jonge levens.
Ik hoop dat ze leren zich te verheugen en te wachten."
Tja. Een andere vrouw heeft zich erbij neergelegd dat zij
nu eenmaal degene is die de `triviale dingen des levens' voor
haar dominante echtgenoot regelt, omdat de traditionele taakverdeling
uiteindelijk de meeste bescherming biedt - wat ook al geen
visie is waar je van omkukelt.
Maar daar staan flonkerende stukken tegenover waarin vrouwen
bekennen dat ze minstens zo bindingsangstig zijn als sommige
mannen, en fobische hartkloppingen krijgen bij de aanblik
van een witte trouwjurk. Rampzalige huwelijksreizen, seksuele
sleur, afkeer van het moederschap, overspelige avonturen,
een hardnekkige voorliefde voor getrouwde mannen, ongure motorduivels
of dakloze halvegaren met een uitkering, en gewelddadige fantasieën
over het maltraiteren van een lastig kind - dat zijn de verhalen
die je raken en bijblijven, vooral omdat ze met zoveel verve
en zelfspot worden opgedist. Meer conventionele dameswensen
komen overigens ook aan de orde, bijvoorbeeld in de bijdrage
van een vrouw die hardvochtig stelt: "Er zijn weinig
dingen die een man zo onaantrekkelijk maken als financiële
instabiliteit. We kunnen mannen in therapie hebben, we kunnen
huilende mannen hebben, maar ik denk dat de vrouwenemancipatie
nooit het punt zal bereiken dat we mannen die blut zijn, kunnen
hebben."
De bundel waarin de mannen aan het woord komen, verdient eigenlijk
een aparte beschouwing, maar laat ik me hier tot de hoofdzaak
beperken, en die is dat mannen verbazingwekkend veel met vrouwen
gemeen hebben! In hun rolverwarring, in hun angsten, en in
hun kwetsbaarheid, al zijn het bepaald geen betraande watjes.
Maar de betrokkenheid waarmee ze over hun vrouwen en kinderen
schrijven, ex'en niet uitgezonderd, klinkt bijzonder oprecht,
en dat vond ik even dapper als aandoenlijk. Zelfs als ze zich
in hun mannelijkheid bedreigd voelen, bijvoorbeeld omdat hun
vrouw de kost verdient en zij haar 'huisman' het gevoel bezorgt
dat hij alleen aan `het kinderstuurtje' mag draaien, zoeken
ze de fout vooral bij zichzelf en wordt er amper gemokt.
Alleen hun tactiek verschilt nogal eens van de manier waarop
vrouwen zich te weer stellen in een relatie: mannen houden
meestal niet van uitpraten, ze liegen liever. Omdat ze een
bloedhekel hebben aan ruzie en `gezeur', maar vooral omdat
ze de jongenswereld ooit op mama hebben moeten veroveren en
hun mannelijkheid bij voorkeur in het geheim beleven.
Kijk, daar heb je wat aan, als vrouw. Met grote aandacht lezen,
is mijn advies.
|