| |
Een
gezonde organisatie werkt met:
-
duidelijke doelstellingen (op lange, middellange en
korte termijn);
-
competente medewerkers: beschikken over de kennis
en vaardigheden (of kunnen die leren) om de doelstellingen
te bereiken.
-
een cultuur waarin medewerkers en omgeving open met
elkaar communiceren waardoor autonomie, waardering,
erkenning, uitdaging en creativiteit bestaat.
-
een structuur (bedrijfsprocessen, functies, taken,
verdeling, infrastructuur) die is afgestemd op de
doelstellingen van het bedrijf, medewerkers en omgeving.
|
Het doen van zaken in de vorm van een organomie
Een organomie is een netwerk van personen
en bedrijven die elkaar een dienst verlenen of producten
verkopen. De relaties in dit netwerk en de administratie
van de geleverde uren of producten wordt via Internet
zichtbaar gemaakt en afgehandeld.
Meer ......
Revitaliseren van een organisatie krijgt vorm door
de vitaliteit uit te dagen. Vitaliteit uitdagen is:
het leven uitdagen, is: herinneringen op de proef stellen,
is: via onbekende wegen gaan en deze inpassen in de
eigen orde.
|
Een gezonde
organisatie is niet statisch, maar continu
in beweging (in ontwikkeling) om gezond (in balans) te
blijven.
De basis voor een gezonde ontwikkeling van
organisaties is net als bij de ontwikkeling van de mens en
in de meet- en regeltechniek
de regelkring voelen, denken en doen.
Omdat een organisatie bestaat uit mensen,
zijn organisatievraagstukken beter te begrijpen en op te lossen
als we onze mensenkennis er bij kunnen inzetten. Hoe beter
we ons functioneren als mens doorgronden, hoe beter we als
medewerker en organisatie kunnen functioneren.
Het doel
van deze site is om aan de hand van menselijke psychologische
processen zoveel mogelijk nuttige informatie over organisatieprocessen
en -ontwikkeling bij elkaar te brengen waardoor we in staat
zijn onze eigen organisatie waarin we werken en leven te begrijpen
en keuzes kunnen maken.
Aan de
hand van de regelkring vindt u thema’s en verwijzingen
via links naar boeken ,
websites en dienstverleners die op deelgebieden van de regelkring
ingaan en u in staat stellen om uw organisatie-ontwikkeling
te ondersteunen.
Opmerkingen
en aanvullende informatie zijn van harte welkom bij de webmaster.

Toelichting
Bij de mens en medewerker functioneert de regelkring op fysiek,
emotioneel, cognitief mentaal en hoger (spiritueel) niveau.
Bij organisaties spreken we in het kader van de besturing
ook wel van operationeel (uitvoerend, op de werkvloer), tactisch
(management) en strategisch niveau (beleid, directie, bestuur).
De processen spelen zich voor de mens en medewerker
deels onbewust en deels bewust af. Onbewust voor de bekende
dingen waarover je nauwelijks na hoeft te denken. Het zijn
automatismen, gebeuren snel, zonder nadenken, en kosten weinig
energie: alles wat je aan vaardigheden aangeboren hebt (fysiologie)
en naderhand opdoet: eten, drinken, spelen, fietsen, zwemmen
(sporten), luisteren, praten, vertellen, zingen, muziek maken,
schrijven enz...
Voor de organisatie gaat het om activiteiten
die volgens afgesproken procedures verlopen en vaak geautomatiseerd
zijn en om de zaken die bewust gestuurd en uitgevoerd worden.
In een organisatie zien we de bewuste activiteiten terug in:
programmeren, opstellen procedures, doorlopen managementcyclus
(plannen, uitvoeren, evalueren), uitvoeren projecten (verbeterprogramma’s)
e.d..
Tussen onbewuste en bewuste en tussen medewerkers
in organisaties vindt samenspel plaats door middel van communicatie,
instructies en terugkoppeling (woorden, signalen, beelden
en symbolen).
Een nadere verdieping van de communicatie
tussen bewuste en onbewuste bij de mens en verbanden tussen
de mens en organisatie vinden we ook wel terug in de NLP.
Voelen
– denken – doen
In het kort:
| Voelen:
|
meten
wat er gebeurt en er een waarde aan geven (vergelijken
met de norm) |
| Denken:
|
analyseren
wat er aan de hand is, een beeld vormen van de situatie,
besluiten wat te doen en voorbereiden op het doen (plannen) |
| Doen:
|
tot
stand brengen wat je hebt besloten en hebt gepland. |
Voelen:
- Waarnemen/meten/ondergaan wat er gebeurt
en een waarde of gevoel geven (gewaarworden) en vergelijken
met de norm;
- Datgene
wat we waarnemen een gevoel geven (gewaarworden);
- Voelen
doen we meerdimensionaal (tijdonafhankelijk);
- Door
voelen staan we in contact met onze omgeving (buitenwereld);
- Voelen
doen we met behulp van ons lichaam (met het lichaam nemen
we het waar en worden we het ons gewaar);
- Gevoel
manifesteert zich ergens in het lichaam (in organisaties
bij de mensen);
- Voelen
dient zowel als feed-back als feed-forward: als begin en
gevolg van verandering
- Resultaat
is een gevoel:
Fysiek: energiek, enthousiast, moe, slaperig, pijn, koud,
warm, hongerig, verzadigd, een indruk, impressie, beeld,
symbool
Emotioneel: lief, blij, verdrietig, (on)veilig, boos, moedig,
bang, trots, teleurstelling, jaloers, haat, wrok, spijt.
Mentaal: voldaan, (on)tevreden, waardering.
Denken:
- Verzamelen,
ordenen, analyseren, ((h)er)kennen, waarderen, interpreteren,
abstraheren, generaliseren, herinneren, associeren, vergelijken
(met de ‘norm’ (=alles wat je hebt meegekregen
door genetica, opvoeding, levenservaring, wetgeving, sociale
omgeving, cultuur e.d.)), beoordelen, evalueren, concluderen,
‘inzien’, begrijpen, weten, vermoeden, vertrouwen,
geloven, hopen, durven, vrezen;
- Besluiten,
kiezen/beslissen/willen (‘afspreken’), afstemmen;
- Voorbereiden
op doen: verbeelden (visioneren), plannen, concretiseren,
specificeren, alternatieven formuleren, afwegen (risico’s
inschatten), verlangen, wensen;
- Linker
hersenhelft voor de analyse, rechterhersenhelft voor het
creatieve;
- Denken
doen we lineair (tweedimensionaal), is dus ook beperkt;
- Denken
maakt gebruik van inspiratie via gevoel (levert indrukken
en ideeën);
- Resultaat:
Fysiek:
regelsignaal in de vorm van een zenuwprikkel, hormoon
e.d. (geen ‘bedenktijd’).
Emotioneel: regelsignaal in de vorm van een hormoon (Amygdala
beslist, ‘bedenktijd’ erg kort).
Mentaal: kennis, wijsheid, besluit, afspraak, norm, waarde,
instelling, plan, visie, concept, model, procedure, programma,
(vuist)regel, vaardigheid, wet, richtlijn, voorschrift.
Doen:
- Manifesteren
wat je hebt ‘bedacht/besloten/gekozen’;
- Uiten:
zeggen, vertellen, vragen, bidden, ont/bekennen, gebaren,
zingen, lachen, huilen, dansen enz;
- Uitvoeren/handelen:
vechten, vluchten, verbergen, liggen, zitten, presteren
enz.;
- We
drukken ons uit en handelen met behulp van ons lichaam;
- Een
emotie is een gevoel dat spontaan (heftig) tot uiting wordt
gebracht (beweging naar buiten);
- Doen
doen we driedimensionaal (tijdafhankelijk);
- Resultaat:
Fysiek: een houding, beweging,
Emotioneel: gedrag(en), uiting, uitdrukking, gebaar
Mentaal: prestatie, daad, handeling, gesprek, rapport.
Volgorde
De volgorde tussen voelen, denken en doen kan willekeurig
zijn:
- Een
gevoel roept gedachten op
- Een
gedachte roept gevoelens op
- Een
gedachte roept acties op
- Een
actie roept gevoelens op
Beïnvloeding
van buiten naar binnen:
- Mentale
processen vormen een kader voor emotionele processen (‘mentaliteit’)
- Emotionele
processen vormen een kader voor lichamelijke processen (‘emotionaliteit’)
- Goede
kaders bieden een ondersteuning
- Te
strakke kaders leiden tot beklemming
- Te
losse kaders leiden tot bandeloosheid
Beïnvloeding
van binnen naar buiten:
- Lichamelijke
processen bieden ondersteuning aan emoties
- Emotionele
processen bieden ondersteuning aan mentale processen
Als het gaat om de samenwerking tussen mentale
en emotionele processen spreken we ook wel van emotionele
intelligentie.
Levensloop
van de mens
In een mensenleven vindt ontwikkeling van binnen naar buiten
(van primair lichamelijk naar secundair intermenselijk) plaats:
- Pasgeborene:
nadruk op primaire lichaamsprocessen: eten, drinken, slapen,
uitscheiden, lichamelijk contact. Er is volledige afhankelijkheid
van de ouder(s).
- Peuter/kleuter:
spelen, ontdekken van omgeving, emotionele ontwikkeling,
emotioneel contact.
- Kind:
op school meer cognitieve ontwikkeling, als puber uitproberen
van omgeving, cognitief contact.
- Jong
volwassene: opbouwen relaties, relationeel contact.
- Volwassene:
uitbouwen wat je hebt opgedaan, spirituele verdieping.
Parallel
met organisatie-ontwikkeling
Bij organisatie-ontwikkeling vindt een parallelle ontwikkeling
plaats:
- Startfase:
nadruk op de inrichting van het bedrijf en de primaire bedrijfsprocessen:
produceren en afleveren. Gebruik maken van het bestaande
netwerk. Er is volledige afhankelijkheid van de oprichter(s)
- Vervolgfase:
Orientatie op de omgeving, groei, ontwikkeling, professionalisering
- Volwassen
fase: Volledige interactie met de omgeving.
Het INK
heeft voor de ontwikkelfases van organisaties het INK-model
opgesteld aan de hand waarvan door diverse dienstverleners
allerlei produkten en diensten worden aangeboden.
Gedurende
de organisatie-ontwikkeling zijn diverse organisatiestructuren
mogelijk. Dit geldt eveneens voor de inrichting van de bedrijfsprocessen
en informatievoorziening.
Voor organisaties
die zich minder harmonieus ontwikkelen, is ontwikkeling op
basis van crisis en veranderen van toepassing.
Leidinggevende-medewerker-relatie
De relatie die een leidinggevende (die ook een coachende rol
heeft) met zijn medewerker heeft is te vergelijken met een
ouder-kind-relatie (geldt ook voor docent-leerling-relatie):
- Ouder
leert kind om zelfstandig te kunnen functioneren (zelfstandig
voelen, denken (beslissingen nemen) en doen). Een leidinggevende
leert een medewerker om zelfstandig te kunnen functioneren.
- Eerst
bepaalt de ouder de focus, daarna het kind steeds meer.
Dit geldt ook voor een medewerker die zelfstandigheid verwerft.
- Kind
en medewerker nemen en krijgen gaandeweg steeds meer eigen
verantwoordelijkheid, net zoveel als ze aan kunnen en uiteindelijk
op eigen benen kunnen staan. Door training, opleiding en
ervaring kan dit proces versneld worden en kunnen grenzen
verlegd worden. In het geval van medewerkers spreken we
ook wel van taakvolwassenheid.
Afhankelijk
van de situatie, het type werk en de medewerker zijn diverse
stijlen
van leidinggeven mogelijk. Zie ook (team)management,
resultaatgericht
management en verandermanagement.
Om een beeld te krijgen van de wijze waarop een (nieuwe) medewerker
werkt en leert en daarmee ook gemotiveerd en aangestuurd kan
worden, kan gebruik worden gemaakt van psychologische
tests.
In organisaties vindt aansturing plaats door
de leiding die veelal het denk- en voelwerk verricht en nauw
contact houdt met de uitvoering. Bij groter worden van de
organisatie beperkt de leiding zich meer tot het besluitende
en visionaire deel van de taken, gebaseerd op de missie. In
die situatie en met name in crisissituaties zijn crisismanagement
en leiderschap
belangrijk (zie ook www.franklincovey.nl).
Partner-relatie
In een partner-relatie beinvloeden, inspireren en vullen (horizontale
taakverdeling) de deelnemers (partners) elkaar aan op basis
van gelijkwaardigheid. We spreken dan ook wel van coaching
en bij de begeleiding van meer zelfstandige medewerkers van
coachend
leidinggeven.
‘Wetten’
- Zowel
voelen, denken als doen zijn nodig om te functioneren: samenwerking
is nodig.
- Samenwerken
vraagt communicatie
en vertrouwen.
- Er
is sprake van harmonie als er goede samenwerking is tussen
voelen, denken en doen.
- Ontkennen
of onderdrukken van de samenwerking leidt tot verstoring,
blokkering, ophoping of deling, kost veel energie en leidt
uiteindelijk tot destructie.
- Er
is altijd evenwicht, zonodig door veel tegenwicht (bijvoorbeeld
door compenserende gedachten of acties).
- Nadruk
(aandacht) op een van de drie leidt tot extra activiteit,
teveel nadruk tot verstoring (trauma, overspannenheid, blessure).
Doel (verwachting)
en resultaat moeten in overeenstemming zijn. Te hoog gestelde
doelen leiden tot frustratie. Te laag gestelde doelen tot
verveling.
Flow:
Van flow is sprake van als er een goede samenwerking is tussen
voelen, denken en doen voor een bepaald doel en doel en resultaat
in overeenstemming zijn:
- De
energie stroomt;
- Geeft
energie ipv vraagt energie;
- Geeft
gevoel van een kick;
- Geeft
zin;
- Maakt
enthousiast;
- Lost
verstoringen op.
Stress
Stress (druk) verengt de focus en verhoogt de prestatie (niet
alleen vechten of vluchten): is goed. Prestatie verlaagt de
stress. Uitblijven van een prestatie zorgt voor ophoping en
verstoring en brengt op den duur schade: is slecht. Moet op
een andere manier verlaagd/gecompenseerd worden.
Druk leggen
in een organisatie (bijvoorbeeld door een manager) heeft zin
als medewerkers druk nodig hebben om te presteren en de druk
kunnen omzetten in prestatie. Medewerkers die uit zichzelf
al voldoende druk leggen en medewerkers die niet goed kunnen
omgaan met druk kunnen bij teveel druk van buitenaf overbelast
raken. Druk leggen zonder de mogelijkheid goede prestaties
te leveren is slecht voor de medewerker en de organisatie
en kan leiden tot burn-out
en reïntegratie.
Netwerken
Naast de formele structuren is het voor iedere medewerker,
maar vooral voor leidinggevenden van belang te netwerken.
Via zijn netwerk is hij in staat om zijn doen en laten te
spiegelen aan anderen, gebruik te maken van oplossingen voor
problemen die anderen al eens uitgezocht hebben en zijn invloed
uit te oefenen, anderen voor zich te winnen en om zaken gedaan
te krijgen.
Kennismanagement
Kennismanagement
houdt zich bezig met het bevorderen van de kennisontwikkeling
binnen een organisatie. In feite is kennismanagement goed
geregeld als aan bovenstaande zaken voldoende aandacht wordt
besteed.
De oplossingen
die op de markt worden aangeboden, hebben dan ook vaak een
meer technische grondslag voor het vastleggen en opvragen
van kennis.
Kwaliteitszorg
Kwaliteitszorg
houdt zich bezig met de kwaliteit van de processen binnen
een organisatie. De processen zijn beschreven en toetsbaar
en worden in veel gevallen gecertificeerd door erkende instellingen.
|