|
| |
De gretigheid waarmee tegenstanders van euthanasie nu het
verschijnsel van de terminale sedatie aangrijpen, is zorgwekkend,
meent Ton Vink.
Onderstaand artikel verscheen 6 december 2005 in het
forum van de Volkskrant. |
Met het toepassen van terminale
sedatie wordt het laatste lijden verlicht van doodzieke mensen
voor wie euthanasie geen optie is, legt Hans van Dam uit. Meer
....
Het artikel van Hans van Dam verscheen 7 december in de Volkskrant |
| |
De bijdrage van Renée Braams `Euthanasie
is achterhaald' (het Betoog, Volkskrant 3 december 2005)
stemt bepaald somber. Het is allemaal vreselijk voorspelbaar
wat zich hier afspeelt. Natuurlijk is terminale sedatie een
vorm van euthanasie. Er wordt immers door de arts aan een
ander een goede dood bezorgd. De Nederlandse spraakverwarring
waarbij euthanasie uitsluitend beperkt wordt tot die gevallen
waarin sprake is van een verzoek daartoe, eist hier opnieuw
haar tol.
Maar wat onopgemerkt is gebleven en nu aan het daglicht treedt,
is het aanstaande misbruik van terminale sedatie. De gretigheid
waarmee tegenstanders van euthanasie dit verschijnsel omarmen
als alternatief voor de door hen verfoeide euthanasie die
`nu niet meer nodig' zou zijn, is één ding.
Veel erger is het aanstaande legitimeren van gedwongen terminale
sedatie.
Ik wil deze waarschuwing illustreren met een goed gedocumenteerd
voorbeeld waarbij de gedwongen terminale sedatie een rechtstreeks
gevolg was van een uitspraak van het Europese Hof voor, jawel,
de Rechten van de Mens. Het betreft de casus van de Engelse
Diane Pretty, op 11 mei 2002 overleden na gedwongen terminale
sedatie.
Diane Pretty leed aan een ernstige spierziekte die haar in
betrekkelijk snel tempo (de ziekte werd geconstateerd in
1999) vrijwel volledig verlamde. Pretty wilde de ellendige
verstikkingsdood die voor haar in het verschiet lag, niet
afwachten. Zij probeerde zo lang mogelijk een menswaardig
bestaan te leiden, totdat haar verlamming dit onmogelijk
maakte. Haar wens was toen in de schoot van haar gezin te
kunnen overlijden door een zelfgekozen dood. Gegeven haar
vrijwel totale verlamming had zij daarbij hulp nodig die
zij graag vanuit haar gezin, dat wil zeggen van haar man,
wilde ontvangen. Zij vroeg om vrijwaring van strafvervolging
voor haar echtgenoot. (In Engeland staat op het verlenen
van hulp bij zelfdoding een maximumstraf van veertien jaar.)
Die vrijwaring werd door de Engelse justitie tot op het hoogste
niveau geweigerd, een weigering die vervolgens werd gesanctioneerd
door de rechters van het Europese hof. Begeleid door de vereiste
krokodillentranen - men leefde erg mee met mevrouw Pretty
- werd haar te verstaan gegeven dat haar beroep op zelfbeschikking
of autonomie, daar kwam het per saldo op neer, niet gehonoreerd
kon en hoefde te worden.
Het gevolg van het vonnis was vernietigend. Op 29 april 2002
deed het Hof uitspraak. Op 11 mei overleed Diane Pretty door
verstikking, doordat uiteindelijk ook de ademhalingsspieren
het begaven. Uiteraard was zij in de dagen voorafgaand aan
haar overlijden voorzien van steeds hogere doses medicijnen
die haar moesten sederen (de behandelende arts spreekt ook
in deze termen). Het was de expliciete wens van Diane Pretty
deze laatste fase niet te hoeven meemaken en zij heeft zich
er met alle kracht die haar nog restte. tegen verzet. Zij
is het eerste, goed gedocumenteerde voorbeeld van een slachtoffer
van gedwongen terminale Sedatie. Nadat de ziekte haar haar
leven ontnam, ontnam de samenleving haar haar dood.
`Euthanasie is de methode die de autonomie centraal stelt,
terwijl palliatieve sedatie de heteronomie als richtlijn
neemt', citeert Braams met instemming. Zo'n uitspraak is
toch onthutsend: Pak dan even de Dikke Van Dale erbij om
te zien wat je eigenlijk opschrijft. `Heteronomie', zo heet
het daar, is `het bepaald worden door of afhankelijk zijn
van andere regels of voorschriften', en in dit geval wordt
dat: andermans regels of voorschriften. Dat is het ergste
wat je een ander mens kunt aandoen, zeker op zo'n fundamenteel
moment. Dat belangrijke beslissingen in mijn bestaan raken
aan het leven van anderen, bijvoorbeeld mijn gezin, heeft
niets te maken met autonomie of heteronomie. Mijn gezin vermindert
niet mijn autonomie maar vergroot mijn verantwoordelijkheid.
Dat is van een heel andere orde.
De problemen die een arts kan ervaren bij de uitvoering van
euthanasie zijn alleszins begrijpelijk. Euthanasie kan daarom
nooit worden afgedwongen, dat zou strijdig zijn met de autonomie
en zelfbeschikking van die arts (!).
Het antwoord op dit dilemma is echter niet terminale sedatie,
maar erkenning van de autonomie en zelfbeschikking van de
patiënt of cliënt.
Die heeft daar namelijk ook recht op.
Ton Vink is schrijver en filosoof. Hij publiceerde, onder
meer Als de dood voor de dood? Over
dood, zelfdoding en hulp bij zelfdoding (2002) en Denken
over dood. Opvattingen en keuzes (2003).
"294 Sr. Zedenverval en zedenverwildering
in Nederland",
Budel: Damon, 2004. (Dit boek bespreekt art. 294 uit ons
wetboek van strafrecht dat hulp bij zelfdoding strafbaar
stelt.) |
| |
|
| |
Euthanaseren is anders dan sederen
Euthanasie is helpen sterven, en dat is geen eufemisme
Het is een groot goed dat de artsenorganisatie
KNMG vandaag met een richtlijn komt voor het toepassen in
terminale sedatie, of beter palliatieve sedatie: het verlichten
van et terminale lijden van doodzieke eensen voor wie euthanasie
geen optie is. Vooruitlopend op deze publicatie schreef Volkskrant-reacteur
Renée Braams een uitvoerig artikel waarin zij stelt
dat met deze richtlijnen euthanasie achterhaald is (het Betoog,
3 december). Deze conclusie heeft de schijn van objectiviteit
en verdient daarmee en kritische doorlichting.
Dat doende blijft er niets van over. Sterker nog, Braams
zet de bedoeling van palliatieve sedatie in een vals licht
en deinst er hierbij niet voor terug feiten ideologisch kleuren
en vervolgens te laten buikspreken, ongefundeerde generalisaties
en vooronderstellingen omtrent handelwijzen en drijfveen
van artsen te presenteren en voorbij te gaan aan wat patiënten
soms doormaken en niet meer kunnen, namelijk verder leven.
De ellende begint bij het onvoorzichtige taalgebruik. In
haar nieuwsbericht op de voorpagina gebruikt Braams de woorden
doen en doodmaken. Maar euthanasie heeft niets met doden
te maken. Euthanasie is helpen sterven. Dit is geen eufemisme,
maar een omschrijving die recht doet aan de authentieke ervaring
van veel mensen. Wie het verschil niet ziet of voelt, moet
zich zorgen maken.
Braams' stelling dat euthanasie een kwestie is van `de dokter
voor het karretje spannen', `vriendjes worden met de dokter',
of een `voorrecht voor hoogopgeleide, welbespraakte mensen',
is behalve tendentieus vooral een lelijke onderschatting
van zowel artsen als patiënten. De arts die meegaat
in een euthanasieverzoek is gaandeweg overtuigd geraakt dat
er voor zijn patiënt geen andere weg is en trapt hierbij
niet in de val, maar respecteert diens laatste wil. Dat hoogopgeleiden
meer kans maken, komt helaas wel voor, maar is zeker geen
wet. In het boek Euthanasie, de praktijk anders bekeken -
veertien interviews met nabestaanden, waarnaar ook Braams
verwijst, komt het omgekeerde voor: een hoogontwikkelde vrouw
met oog voor de arts krijgt de gevraagde euthanasie niet
- en sterft een heel nare dood! - en de vijf mensen bij wie
het verzoek wordt ingewilligd, hebben geen status aparte.
Met instemming citeert Braams pijndeskundige Ben Crul, die
onderscheid maakt tussen autonomie en heteronomie - beslissingen
waarin achtereenvolgens niet en wel met de ander rekening
is gehouden. Deze tegenstelling is echter allang achterhaald:
autonomie zonder heteronomie is tirannie. Braams wijst op
eisende, `met een euthanasieverklaring wapperende' mensen.
Maar dit gedrag komt meestal voort uit wurgende onzekerheid,
die vaak ontstaat door het onberekenbare van een dodelijke
aandoening, of omdat een arts onduidelijk is of communicatief
onhandig opereert.
Naast al deze vertekeningen en maskeringen, vliegt het betoog
van Braams op de hoofdstelling - sedatie is het alternatief
voor euthanasie - uit de bocht. Euthanasie en sedatie zijn
niet inwisselbaar, omdat ze betrekking hebben op fundamenteel
verschillende situaties. Euthanasie en sedatie verschillen
in entende, uitvoering en tijdstip. Wie om euthanasie vraagt,
wil de natuurlijke dood een stap voor zijn, wie voor sedatie
kiest niet. Bij euthanasie worden daarom middelen gebruikt
die het leven beëindigen, bij sedatie uitsluitend middelen
die verzachten. Ook het tijdstip verschilt: euthanasie vindt
op een eerder tijdstip plaats, namelijk voordat het stervensproces
sec inzet, dus voordat sedatie aan de orde komt. Samengevat:
bij euthanasie snijdt iemand de laatste bocht af, bij sedatie
gaat iemand onder bescherming van diepe slaap de laatste
bocht door.
Een enkele uitzonderlijke situatie zeer kort voor de dood
daargelaten, sluiten de onmiskenbare verschillen uit dat
sedatie een alternatief voor euthanasie kan zijn. Tenzij
een arts zijn eigen norm tot norm verheft. En precies dit
lijkt Braams te beogen. Een nieuwe bevoogding dus. Maar die
bevoogding is alleen mogelijk als de verschillen tussen euthanasie
en sedatie worden weggeduwd en dat kan alleen door het lijden
van een patiënt te vertekenen en respect voor diens
authentieke laatste wil te laten varen, wat een diskwalificatie
van de geneeskunde inhoudt.
Sedatie en euthanasie zijn twee wegen naar een onvermijdelijke
dood. Het een is niet beter of slechter dan het ander.
Een vrije keus is het ook niet. Bij euthanasie is het niet
zozeer een niet verder willen, maar een niet verder kunnen.
En wie geen euthanasie wil, kan dit niet net zo goed wel
willen: hij of zij kan om wat voor redenen dan ook de bocht
niet afsnijden.
Ten slotte: voor veel artsen zijn de gevoelde verschillen
tussen euthanasie en sedatie wel groot. Braams stelt generaliserend
dat de uitwerking van euthanasie voor een arts te veel gevraagd
is. Een aantal zal zich hierin herkennen, een aantal beslist
niet. Dus geldt: wie het niet kan, moet het niet doen en
voor wie dit niet geldt, moet het wel kunnen doen.
Beter dan het stellen van een nieuwe, oneigenlijke norm die
euthanasie wegzet, is het ontwikkelen van deskundigheid en
steun die artsen in de gelegenheid stelt zuiver zicht te
houden op het lijden van mensen en hun authentieke keuzen
en eerlijk te zijn over eigen (on)mogelijkheden, zonder een
patiënt daarvan de dupe te laten zijn.
Hans van Dam is docent en consulent hersenletsel en auteur
van het boek Euthanasie, de praktijk
anders bekeken - veertien interviews met nabestaanden (2005). |
| |
Gerelateerd: |
| |
Drs Titus Rivas verloor een goede vriend, Wim D., aan zelfdoding. In deze artikelen biedt Rivas een terugblik. |
Geplaatst of geschreven door: Bert Stoop
|
Beschrijvingen zelfhulpboeken
- Jezelf worden en
zijn, zelfvertrouwen, in balans zijn
- Vrijheid
en innerlijke bevrijding
- Verslaving:
algemeen, roken en gokken
- Geluk(kig
worden)
- Emoties: depressie, angst, (werk)stress
en burnout; jaloezie, woede,
ruzie en agressie
- Pijn, verdriet en zelfdoding
- Relaties: liefde, eenzaamheid en scheiding, poëzie, man-vrouw
verschillen
- Therapie kiezen
- Voor en
tegen alternatieve geneeswijzen
|
|
|