| |
Mensen die zeggen dat maatschappelijk succes hen gelukkig
maakt, zullen heus niet liegen. Maar zij laten hun succes wel
afhangen van omstandigheden buiten henzelf. Dat maakt hen kwetsbaar.
Kun je dat type succes ook verzaken? 'Er moet een houding mogelijk
zijn, desnoods idealiter, van echte en onvervreemdbare sereniteit.'
Essay van de Vlaamse filosoof Patricia de Martelaere
in een themanummer uit zomer 2001 over Succes van de Humanist
(met toestemming van de nieuwe redactie overgenomen).
Van iemand die een aanzienlijke mate van succes en status
heeft verworven zegt men wel eens dat hij 'er is' of 'er gekomen
is'. Hij is 'gearriveerd' of 'iemand geworden' - met de implicaties,
kennelijk, dat al wie minder of in het geheel niet succesvol
was 'er' nog niet is of zelfs in zekere zin nog niemand is.
De voorstelling die hierbij opkomt is die van een imaginaire
finish, die eens en voorgoed wordt overschreden, waarna de
winnaar voor de rest van zijn leven op zijn lauweren kan blijven
rusten. Nochtans zijn er de wijze woorden van Solon, geciteerd
en becommentarieerd door de nog wijzere Aristoteles, dat men
zich beter zou onthouden van ieder oordeel over het geluk
of het succes van een mens alvorens deze zijn levenseinde
heeft bereikt.
Maar dan nog blijft het de vraag of het levenseinde van een
mens hoe dan ook kan opgevat worden als een finish waar hij
als winnaar arriveert. Het lijkt er veeleer op alsof deze
finish van ons allen volmaakt evenwaardige verliezers maakt,
en van het leven dat er aan voorafgaat - of dat nu in armoede
of in weelde werd doorgebracht, in succes of in miskenning
- een zuivere nuloperatie. Kan een leven, in het licht van
de dood, ooit werkelijk succesvol worden genoemd?
Er zijn natuurlijk vele vormen van succes, gaande van zeer
elementair tot meer hoogstaand en complex. Er is het succesvolle
overleven van Darwin: 'survival of the fittest' in de 'struggle
for existence', het minimale biologische succes dat de mens
deelt met de amoebe en dat in geciviliseerde samenlevingen
als de onze slechts in gering aanzien staat. In het verlengde
hiervan ligt het succes bij de keuze van een partner en bij
het zorgen voor een nageslacht - al enigszins meer respectabele
vormen van succes, maar voor de beschaafde mens nog steeds
niet meteen een reden tot buitensporige trots (al wordt het
niet slagen in een van deze animale doelstellingen door velen
dan weer wel als een diepe mislukking ervaren).
Het typisch menselijke niveau van succes wordt pas bereikt
in de sociale sfeer en heeft onveranderlijk te maken met populariteit,
aanzien, erkenning of prestige. Dit sociale succes kan gebaseerd
zijn op de meest uiteenlopende eigenschappen: intellectueel
overwicht (wetenschappers, schaakkampioenen) of strategisch
leiderschap (politici, staatshoofden), materiële rijkdom,
fysieke eigenschappen (schoonheidskoninginnen, bodybuilders),
atletische prestaties of artistieke creaties. Verbluffend
In geen van deze gevallen is echter het bezitten van een eigenschap
of een talent een criterium of een garantie voor succes: mensen
kunnen gezegend zijn met de meest uitzonderlijke en verbluffende
gaven, zonder dat deze gaven door wie dan ook blijken te worden
opgemerkt, en dit niettegenstaande de grote inspanningen die
vaak daartoe worden geleverd. Net zo goed komt het voor dat
mensen die over geen enkele aanwijsbare kwaliteit beschikken
erin slagen door handige manipulatie of door louter geluk
bijzonder succesvolle posities te bekleden. Van Gogh mag dan
nog een van de grootste schilders aller tijden zijn geweest,
hij kende tijdens zijn leven zo goed als geen succes en stierf
als de eerste de beste onbekende. Sommige miskende en verongelijkte
kunstenaars gebruiken het voorbeeld van Van Gogh om aan te
tonen dat er een ómgekeerde verhouding zou bestaan
tussen succes en het waarmerk van ware genialiteit, maar ook
deze correlatie staat lang niet vast. Evenmin bestaat er enige
garantie dat tijdens hun leven miskende genieën na hun
dood in hun volle glorie zullen herrijzen, noch dat dat, succesvolle
onbenullen na verloop van tijd in het niets zullen verzinken,
zodat de 'test van de tijd' zou uitmaken wie de ware groten
van de mensheid zijn. Het is wellicht zo dat zich onder de
gereputeerde grote meesters van de cultuur ook heel wat individuen
van lager kaliber bevinden, en het is op zijn minst waarschijnlijk
dat in het vergeetboek van de geschiedenis genieën liggen
bedolven die het daglicht van de bekendheid nooit zullen zien.
De test van de tijd is nooit meer dan een test van een langdurig
succes, en in geen geval een onfeilbaar criterium om inherente
waardevolheid op te sporen.
Heiligen en profeten
Een merkwaardig gegeven in het domein van het succes is wel
dat de morele en de religieuze sfeer er haast per definitie
van uitgesloten wordt. Van heiligen en profeten, stichters
van religies en moreel hoogstaande religieuze leiders wordt
niet gezegd dat zij 'succes' hebben ondanks de grote bekendheid
en bijval die ze eventueel kunnen genieten. 'Succes' wordt
hun enkel toegeschreven - of liever: bijna aangewreven - wanneer
de verdenking bestaat dat hun overtuiging niet authentiek
zou zijn, maar slechts een middel is tot machtsverwerving,
tot manipulatie van de menigte. Voor het overige wordt de
associatie van succes met morele en religieuze doelstellingen
als onwelvoeglijk, ronduit blasfemisch ervaren. Jezus en Boeddha
horen ongetwijfeld tot de meest invloedrijke individuen uit
de hele geschiedenis van de mensheid, die zowel tijdens hun
leven als na hun dood werden bewonderd en nagevolgd, en toch
weerhoudt iets ons om in hun geval van 'succes’ te spreken.
Is het omdat dergelijke figuren zich precies onverschillig
zelfs afkerig verklaren tegenover iedere vorm van werelds
succes? Maar toch waren ze er wel degelijk op gesteld aanhoord
en nagevolgd te worden - het was er hun om te doen anderen
te bekeren en een soort 'school' te stichten. Alleen ging
het in dit geval niet om een succes in eigen naam, maar in
naam van een bovenpersoonlijke overtuiging die de poorten
opende naar een 'andere' wereld. Succes maakt niet wezenlijk
gelukkig - meenden zij -, het creëert een schijn van
voldoening maar maakt ons afhankelijk van omstandigheden buiten
ons, en wat meer is: het leidt ons af van onze ware bestemming
en doodt het veel diepere verlangen dat in ons sluimert.
Dwaalspoor
De vraag is natuurlijk of het verlangen naar succes onlosmakelijk
verbonden is met de menselijke natuur. Hebben alle mensen
het, in meer of mindere mate, desnoods in zeer geringe mate?
En zo ja, is het een verlangen dat de mens siert, dat hem
een waardigheid verleent tegenover het dier of dat zijn leven
zinvol en bevredigend maakt? Of gaat het veeleer om een artificieel,
sociaal gecultiveerd verlangen dat de mens op een dwaalspoor
brengt? En tenslotte: indien dit laatste het geval zou zijn,
is het menselijkerwijze wel mogelijk om te verzaken aan het
succes, en in naam van welke andere waarden zou dat dan wel
moeten gebeuren?
Sommigen verantwoorden het nastreven van erkenning en materiële
goederen vanuit de gedachte dat dit leven het enige is wat
ons gegeven is en dat alles eindigt bij onze dood, zodat er
geen hogere waarden zijn dan die van het aardse leven. Het
nadeel van deze redenering is, dat wie er niet in slaagt het
nagestreefde succes te bereiken - of wie het door toeval of
rampspoed in één klap verliest - zijn leven
dan wel als een complete mislukking moet ervaren. En inderdaad
komt het niet zelden voor dat mensen die hun sociale status
of rijkdom verliezen - bij faillissementen bijvoorbeeld -
ten prooi vallen aan de diepste existentiële wanhoop
en zich van het leven beroven, en dat terwijl ze kerngezond
zijn en in de bloei van hun vermogens. 'Succes maakt niet
gelukkig'. 'Geld maakt niet gelukkig'. Uitspraken die klinken
als diepe levenswijsheden, maar die helaas wat al te vaak
worden aangehaald door mensen die niet het succes en het geld
hebben dat ze hadden gewild. Hier en daar kun je dezelfde
uitspraak wel eens horen uit de glimlachende mond van een
succesvol multimiljonair, maar dan met de weinig overtuigende
bijklank van een excuus voor de geaccumuleerde rijkdom. Andere
fortuinlijken en gefortuneerden gaan minder gebukt onder valse
schaamte en geven soms onverholen te kennen dat het geld en
het succes hen wèl gelukkig hebben gemaakt. De voor
de hand liggende tegenwerping, dat het in dit geval niet om
écht geluk kan gaan, is verleidelijk maar houdt weinig
steek, want niemand kan tenslotte voor een ander bepalen waarin
hij zijn 'echte' geluk zou moeten vinden.
Wat wel steek houdt is de opmerking dat het in ieder geval
gaat om een zeer externe en conditionele vorm van geluk, die
de gelukkige afhankelijk maakt van specifieke voorwaarden
en omstandigheden. Natuurlijk kan hierop weer geantwoord worden
dat iedere vorm van geluk een zekere afhankelijkheid impliceert
tegenover welbepaalde objecten - desnoods de levende objecten
van onze affectie, die nog minder aan onze wil onderworpen
lijken dan succes en materiële goederen. Ook wie zijn
partner of zijn kind verliest, berooft zich soms ui louter
vertwijfeling van het leven, al is hij kerngezond en staat
de toekomst voor hem open. We kunnen onszelf moeilijk zo onthecht
en onafhankelijk maken dat geen enkel verlies ons geluk nog
aan het wankelen zou kunnen brengen - de vraag is overigens
nog of een dergelijke toestand wel als 'geluk' kan beschreven
worden en niet dichter ligt bij harde zelfgenoegzaamheid en
onverschilligheid.
Subtiele camouflages
De menselijke psyche kent veel varianten en subtiele camouflages,
En veel hangt inderdaad af van de termen die worden gebruikt
om schijnbaar identieke toestanden te beschrijven. Mensen
kunnen vanuit de meest uiteenlopende motieven besluiten tot
een vorm van 'verzaker maar slechts zelden getuigen deze motieven
- althans bij hun eerste ontstaan - van een echte en zuivere
wil om te verzaken. Sommigen verzaken uit frustratie - omdat
ze er toch niet in slagen te krijgen wat ze hadden gewild
-, anderen daarentegen uit overvloed en vanuit een zekere
walging tegenover de ervaren weelde. Sommigen vertonen een
dermate pathologische angst om iets of iemand te verliezen
dat ze er de voorkeur aan geven niets en niemand te bezitten,
en weer anderen, tenslotte, camoufleren hun aangeboren luiheid
of gebrek aan doorzettingsvermogen in een superieur misprijzen
van succes en ambitie. Maar los van al deze psychologisch
verdachte motieven, of misschien als een latere ontwikkeling
daarvan, moet er een houding mogelijk zijn, desnoods idealiter,
van echte en onvervreemdbare sereniteit - een geluk dat onconditioneel
is en toch niet samenvalt met onverschilligheid. Wat als 'levenskunst'
wordt beschreven is wellicht niets anders dan het vermogen
om van het leven te blijven genieten los van de omstandigheden
en zelfs onder de grootste tegenspoed. Sommige mensen bezitten
dit vermogen van nature - zij mogen zich zonder meer gezegend
of begenadigd noemen. Anderen verwerven het slechts moeizaam
en door een langdurige - al dan niet vrijwillige - innerlijke
worsteling. Weer anderen leren het nooit en willen het ook
niet leren. Voor de hardleersen die niettemin van goede wil
blijven kan een flinke dosis tegenspoed soms bijzonder bevorderlijk
zijn: onafhankelijk leren zijn van de omstandigheden gaat
nu eenmaal minder makkelijk wanneer de omstandigheden volmaakt
naar wens verlopen dan wanneer een en ander regelmatig tegenslaat.
Precies deze overweging is het die kluizenaars en asceten
ertoe brengt af te zien van alles wat ook maar enigszins materieel
behaaglijk zou kunnen zijn, of zelfs hun lichaam te kastijden
met doelbewuste kwellingen en geselingen. In vrijwel alle
religies bestaan kloosterorden die zich terugtrekken uit de
wereldse sfeer en leven volgens de strenge regels van soberheid
en kuisheid. Maar ook deze strengheid kan, zeker wanneer zij
krampachtig wordt beleden, de vorm krijgen van een omstandigheid
waarvan de belijder afhankelijk wordt, en de onthechting en
wereldverzaking kunnen beginnen te dienen als een prima beveiliging
tegen de verlokkingen van het leven. Er bestaan verzuurde
types van asceten, die weliswaar hebben verzaakt aan de aardse
geneugten, maar kennelijk verslaafd zijn geworden aan de aardse
kwellingen, en die in feite niet wezenlijk hebben verzaakt.
Verzaken ligt niet noodzakelijk in een wijziging van de materiële
omstandigheden, maar eerst en vooral in een innerlijke houding:
het is het vermogen om te genieten zonder gehechtheid. Het
verbod om te genieten is hiervan een verkeerd begrepen vertaling.
Valse schaamte
Er is een taoïstische regel die voorhoudt dat wie in
rijkdom leeft moet genieten van zijn rijkdom, en dat wie arm
werd geboren dan maar moet genieten van zijn armoede, zonder
respectievelijk valse schaamte of wrok. Ook hier is er een
moeilijkheid bij het juiste interpreteren van deze levensles.
Op het eerste gezicht lijkt hier een houding van sociaal conservatisme
en fatalisme te worden aangeprezen: wie rijk is hoeft zich
om de arme niet te bekommeren, en wie arm is doet beter geen
enkele inspanning om hogerop te komen. Maar er is ook een
andere lezing mogelijk: noch rijkdom noch armoede mogen een
obstakel zijn voor de kunst van het elementaire genieten en
de levensvreugde. Wie arm is heeft natuurlijk het recht om
zich in te spannen en te proberen verbetering te brengen in
zijn toestand - maar als hij daar niet in slaagt is het alleen
maar in zijn eigen belang als hij ook kan vrede nemen zijn
behoeftigheid. Omgekeerd staat het de rijke volkomen vrij
zijn vermogen weg te schenken, maar als hij beslist dat niet
te doen dan leidt het verder tot niets als hij zichzelf zou
blijven kwellen met misplaatste schuldgevoelens. Veel multimiljonairs,
popsterren en andere idolen zijn ondanks hun grote rijkdom
en succes het vermogen kwijtgeraakt om te genieten. Sommigen
wijten dit onvermogen precies aan hun overvloed aan weelde
en succes en proberen de levensvreugde terug te vinden door
een doelbewuste versobering van hun levenswijze. Maar de kans
is groot dat wie er niet in slaagt gelukkig te zijn met geld
of succes, het zonder ook niet zal worden.
De vraag blijft waarom mensen er hoe dan ook zouden naar streven
een dergelijke toestand van 'verzaking' of 'onthechtheid'
te bereiken. Het antwoord is, paradoxaal genoeg, dat zij daar
in hun diepste wezen alleen maar wel kunnen bij varen. Verzaken
aan het eigenbelang is ons eigen belang: we zullen minder
krampachtig zijn in onze streven en minder lijden onder onze
mislukkingen. Daarbij komt dat we misschien een tikkeltje
beter zullen voorbereid zijn op het Grote Verlies dat ons
allen - succesvol of niet - te wachten staat: eerst het onvermijdelijke
verlies van tallozen die ons dierbaar zijn, en tenslotte het
verlies van wat ons het allerdierbaarst is: ons eigen zelf
- al dan niet na een pijnlijk aftakelingsproces.
Met betrekking tot het succes in de levenskunst heeft Solon
dus gelijk dat men het levenseinde van een mens moet afwachten,
want deze terminale fase is tegelijk de meest cruciale test.
Een 'succesvol' leven deze zin, zou dan zijn: een leven waarin
men er in alle omstandigheden, zelfs de ultieme, in slaagt
een vorm van onvervreemdbare levensvreugde te behouden. Succes
in de levenskunst betekent niet 'er komen', maar 'er zijn',
de hele tijd dat men er is, wie of wat, hoe of waar men ook
moge zijn.

Een verlangen naar ontroostbaarheid
Patricia de Martelaere
|